Zakflora voor
章节目录
共 793 题- No. 47
- JUNI--1911
- INHOUD:
- Zakflora voor Suriname, 1e gedeelte
- DOOR
- Prijs f 1.--
- ZAKFLORA VOOR SURINAME
- DEEL I.
- DOOR
- INLEIDING.
- WENKEN VOOR HET VERZAMELEN VAN PLANTEN.
- 1a. Planten zonder ware bloemen, met sporen. Pteridophyta 2
- 1b. Planten met ware bloemen. Phanerogamae 13
- 2b. Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten 3
- 5b. Sporangiën aan de onderzijde of aan de randen van de bladeren 7
- 9b. Sori niet tot synangiën vereenigd 10
- 11b. Bladeren nooit gaffelvormig vertakt 12
- 14b. Bloemen met een bloemdek of met kelk en bloemkroon 15
- 15b. Planten in stilstaand of langzaam-stroomend water groeiend 16
- 16b. Bloemen niet in hoofdjes 17
- 18b. Bloemdek of bloemkroon regelmatig, of niet duidelijk 2-lippig 19
- 19b. Bloemen 3-tallig 20
- 20b. Bladeren niet fijn verdeeld 21
- 24a. Planten met ranken aan stengels of bladeren 25
- 24b. Planten zonder ranken, hoogstens met korte haken 32
- 26b. Vruchtbeginsel en meeldraden niet op een steel gezeten 27
- 27b. Kelk niet met de bloemkroon tot een buis vergroeid 28
- 29b. Kelk kleiner dan de bloemkroon, niet 3-tallig 30
- 34b. Bladeren en bloeiwijzen anders van bouw 35
- 37a. Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig 38
- 37b. Vruchtbeginsel onderstandig of half-onderstandig 49
- 40a. Bloemen met een bloemdek dat bijna steeds vergroeidbladig is 41
- 40b. Bloemen met kelk en bloemkroon, los- of vergroeidbladig 43
- 41b. Landplanten met regelmatige bloemen en grasachtige bladeren 42
- 43b. Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem 44
- 46a. Bloemkroon vergroeidbladig 47
- 46b. Bloemkroon losbladig 48
- 49a. Bloemen regelmatig of bijna regelmatig met 3, 5 of 6 meeldraden 50
- 50a. Meeldraden 6 51
- 52a. Bloemen zygomorf 53
- 52b. Bloemen onregelmatig 54
- 55a. Planten op den bodem van oerbosschen groeiend; saprophyten 56
- 56b. Bloemen tweeslachtig, niet in dichte hoofdjes 57
- 58b. Stengels dun, draadvormig en meest zeer lang 59
- 60a. Planten met samengestelde bladeren 61
- 60b. Planten met enkelvoudige bladeren 100
- 61a. Bloemen met een bloemdek of zonder bloembekleedselen 62
- 61b. Kelk en bloemkroon beide aanwezig 64
- 62b. Bloemen met één vruchtbeginsel 63
- 64a. Bladeren handvormig samengesteld niet 3- of 2-tallig 65
- 64b. Bladeren gevind of 2- of 3-tallig 71
- 65b. Vruchtbeginsel 2- of 4-meerhokkig. Bloemen steeds 2-slachtig 66
- 66b. Meeldraden 4 of 5 67
- 66c. Meeldraden talrijk 70
- 67a. Meeldraden 4, bloemkroon en kelk vergroeidbladig 68
- 67b. Meeldraden 5 69
- 72a. Vruchtbeginsel onderstandig, bloemen in schermen 73
- 72b. Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig 74
- 74a. Bloemkroon vergroeidbladig zygomorf met 4 meeldraden in de buis 75
- 76a. Meeldraden veel meer dan 12 77
- 76b. Meeldraden 1 tot 12 80
- 77b. Bloemen niet in hoofdjes 78
- 78b. Bloembladeren 4-6; bladeren 3-tallig 79
- 80b. Bloemen alleenstaand of in vertakte bloeiwijzen 81
- 82a. Bloemen regelmatig 83
- 82b. Bloemen zygomorf 98
- 83a. Bloemkroon vergroeidbladig 84
- 83b. Bloemkroon losbladig 85
- 86a. Meeldraden 10, waarvan 5 met en 5 zonder helmknopjes 87
- 86b. Meeldraden alle met helmknoppen 88
- 88b. Slechts 1 vruchtbeginsel in elke bloem 89
- 89a. Bloemen zonder ringvormige schijf om het vruchtbeginsel 90
- 89b. Bloemen met een ringvormige schijf om het vruchtbeginsel 93
- 90b. Bladeren verspreid 91
- 91c. Vruchtbeginsel 1-hokkig 92
- 93b. Meeldraden tweemaal zooveel als bloembladeren 95
- 95b. Helmdraden zonder schubben aan den voet 96
- 96b. Schijf tusschen meeldraden en vruchtbeginsel staande 97
- 98b. Bloemkroon losbladig 99
- 100a. Planten geheel zonder bladeren 101
- 102a. Planten met een bloemdek of zonder bloembekleedselen 103
- 102b. Planten met kelk en bloemkroon 173
- 103a. Bloemdek ontbrekend 104
- 103b. Bloemdek aanwezig 109
- 104b. Geen bijzonder groote steunbladeren aanwezig 105
- 105a. Meeldraden één in elke bloem 106
- 107b. Bladeren niet vleezig, niet tegenoverstaand 108
- 110a. Bloemen, ten minste ten deele, 2-slachtig 111
- 110b. Bloemen steeds eenslachtig 135
- 111a. Vruchtbeginsel onderstandig 112
- 111b. Vruchtbeginsel bovenstandig 115
- 112b. Bloemdek regelmatig 113
- 113b. Bloemen 4-5-tallig. Geen parasieten 114
- 115a. Meeldraden talrijk 116
- 115b. Meeldraden hoogstens 12 120
- 116a. Vruchtbeginsel met meerdere stijlen of stempels; kruiden 117
- 118b. Vruchtbeginsel te midden van een schijf gezeten 119
- 121b. Bloemen regelmatig 122
- 122b. Twee of meer meeldraden 123
- 123a. Kruidachtige planten 124
- 123b. Boomen of grootere of kleinere heesters 128
- 124b. Bladeren tegenoverstaand of verspreid 125
- 125b. Bloemdek niet buisvormig, losbladig of bijna losbladig 126
- 126b. Bloemdek niet vliezig 127
- 128b. Bloemdekbladeren niet opvallend lang en smal 129
- 130a. Bloemdek lang-buisvormig 131
- 130b. Bloemdek losbladig of bijna losbladig, niet buisvormig 133
- 131b. Bloemen niet in groepen, niet door schutbladeren omgeven 132
- 135a. Alleen vrouwelijke bloemen aanwezig 136
- 135b. Alleen mannelijke bloemen aanwezig 153
- 136a. Vruchtbeginsel onderstandig 137
- 136b. Vruchtbeginsel bovenstandig 140
- 137a. Bloemdek 3-tallig 138
- 137b. Bloemdek 4- of 5-tallig 139
- 140a. Meerdere vruchtbeginsels in elke bloem 141
- 140b. Slecht één vruchtbeginsel in elke bloem 142
- 144a. Kruidachtige planten 145
- 144b. Boomen of grootere of kleinere heesters 147
- 145b. Bloemdek regelmatig; stijlen of stempels 2-5 146
- 147b. Bloemen niet in kransen 148
- 148b. Vruchtbeginsel met slechts 1 stijl 149
- 150a. Staminodiën aanwezig 151
- 150b. Geen staminodiën aanwezig 152
- 153b. Meeldraden niet op een zuil gezeten 155
- 155a. Helmknoppen met klepjes openspringend 156
- 155b. Helmknoppen met spleten openspringend 157
- 159a. Meeldraden meer dan 12, meest zeer talrijk 160
- 159b. Meeldraden 1 tot 12 163
- 160b. Boomen of heesters 161
- 161b. Bloemdek niet buisvormig, meeldraden vrij 162
- 163a. Bloemdek en meeldraden 3-tallig 164
- 163b. Bloemen niet typisch 3-tallig 166
- 164b. Meeldraden 3 of 6 165
- 166c. Kruidachtige planten 170
- 168b. Bloemdek niet buisvormig 169
- 173b. Bloemkroon vergroeidbladig 254
- 174a. Bloemen eenslachtig, tweehuizig 175
- 175a. Alleen mnl. bloemen aanwezig 176
- 175b. Alleen vrl. bloemen aanwezig 181
- 176a. Bladeren tegenoverstaand of in kransen 177
- 176b. Bladeren verspreid 178
- 178b. Bloemen niet zuiver 3-tallig 179
- 179b. Meeldraden hoogstens 20 180
- 181b. Slechts één vruchtbeginsel in elke bloem 182
- 182a. Vruchtbeginsel met 2 tot meerdere stijlen 183
- 182b. Vruchtbeginsel met 1 stijl of een zittende stempel 184
- 185a. Vruchtbeginsel of de vruchtbeginsels bovenstandig 186
- 185b. Vruchtbeginsel onderstandig 246
- 186b. Volkomen meeldraden in iedere bloem meer dan 10 225
- 188b. Bloemen tweeslachtig 189
- 189a. Vruchtbeginsel met 2 of meer stijlen 190
- 189b. Vruchtbeginsel met slechts één stijl of stempel 196
- 190b. Bladeren zonder roode klierharen 191
- 191a. Stijlen 5, soms zeer klein 192
- 191b. Stijlen 2 of 3 194
- 192b. Meeldraden 5 193
- 194b. Meeldraden 10, soms enkele ervan staminodiaal 195
- 196a. Bloemen duidelijk zygomorf 197
- 196b. Bloemen regelmatig 204
- 197a. Bladeren tegenoverstaand of in kransen 198
- 197b. Bladeren verspreid 201
- 198b. Meer dan 1 meeldraad aanwezig 199
- 199b. Kelk bijna of geheel losbladig 200
- 201b. Bloembladeren niet gelijk van vorm en grootte 202
- 202b. Meeldraden meer dan 5 203
- 204b. Meeldraden evenveel of meer dan bloembladeren 205
- 205b. Meer dan 2 kelkbladeren of kelk vergroeidbladig 206
- 206b. Kelk duidelijk vergroeidbladig 211
- 211a. Meeldraden in twee kransen, dubbel zooveel als bloembladeren 212
- 212b. Planten niet gedoornd 213
- 213b. Geen androgynophoor aanwezig 214
- 214a. Bladeren tegenoverstaand 215
- 214b. Bladeren verspreid 216
- 216a. Vruchtbeginsel éénhokkig 217
- 216b. Vruchtbeginsel 2-meerhokkig 218
- 219b. Bladeren zonder doorschijnende puntjes 220
- 225b. Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem 227
- 227b. Geen honingbeker aanwezig 228
- 228b. Bloemen met meeldraden en vruchtbeginsel 229
- 229a. Kelkbladeren 2, zeer zelden 3, maar dan is de plant gestekeld 230
- 229b. Kelkbladeren meer dan 2, of kelk vergroeidbladig 231
- 231b. Meeldraden vrij of tenminste een deel van de helmdraden vrij 232
- 232a. Vruchtbeginsel met meerdere stijlen 233
- 232b. Vruchtbeginsel met één stijl 235
- 233b. Bladeren verspreid 234
- 235b. Bloemen regelmatig of bijna regelmatig 236
- 238a. Vruchtbeginsel 1-hokkig 239
- 238b. Vruchtbeginsel meerhokkig 241
- 242b. Planten kaal of bijna kaal 243
- 243a. Meeldraden zeer talrijk, meer dan 20 244
- 243b. Meeldraden niet meer dan 20 245
- 246b. Kelkbladeren meer dan 2 of de kelk vergroeidbladig 247
- 247b. Bloemen niet in een zoodanig scherm 248
- 248b. Meeldraden meer dan 10; meest zeer talrijk 252
- 250b. Geen luchtwortels aanwezig; schijf ontbrekend 251
- 252b. Bladeren tegenoverstaand 253
- 254b. Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem 256
- 256a. Vruchtbeginsel onderstandig of halfonderstandig 257
- 256b. Vruchtbeginsel bovenstandig 261
- 258a. Meeldraden met de helmknoppen aan elkaar verbonden 259
- 258b. Meeldraden geheel vrij van elkaar 260
- 261b. Geen honingbekers aanwezig 262
- 262a. Bloemen mannelijk of tweeslachtig 263
- 262b. Bloemen alleen vrouwelijk 275
- 264b. Bloemen regelmatig 265
- 265a. Meeldraden dubbel zooveel als bloemkroonslippen of nog meer 266
- 265b. Meeldraden evenveel als bloemkroonslippen 271
- 266b. Geen staminodiën aanwezig 267
- 267a. Bloemen alleen met meeldraden 268
- 267b. Bloemen met meeldraden en een vruchtbeginsel 269
- 269b. Meeldraden hoogstens 10 270
- 271a. Behalve de meeldraden ook staminodiën aanwezig 272
- 271b. Staminodiën ontbrekend 273
- 273b. Kroonbuis zeer kort of bloemkroon klokvormig 274
- 275b. Bladeren ongedeeld 276
- 280b. Vruchtbeginsel duidelijk 2-meerhokkig 283
- 281b. Vruchtbeginsel met 2 wandstandige zaadlijsten 282
- 285b. Vruchtbeginsel 2-hokkig 286
- 286a. Bladeren tegenoverstaand 287
- 286b. Bladeren verspreid 288
- 289b. Bladeren tegenoverstaand 290
- 289c. Bladeren verspreid 296
- 290b. Bloemen 4- of 5-tallig 291
- I. HYMENOPHYLLACEAE.
- II. CYATHEACEAE.
- III. POLYPODIACEAE.
- 1b. Indusium steeds ontbrekend 5
- 6b. Bladeren niet met het rhizoom geleed 7
- 7a. Sori niet meer dan tweemaal zoo lang als breed 29
- 7b. Sori vele malen meer lang dan breed (Zie ook Notolaena) 8
- 9b. Bladeren meest gevind. Bladsteelen niet geleed 10
- 10a. Sori aan het eind van de aderen 11
- 10b. Sori op de rugzijde van de aderen 12
- 18b. Bladsteelen niet zwart; sori geheel randstandig 19
- 21a. Bladeren enkelvoudig, gelobd tot gedeeld of gaafrandig 22
- 21b. Bladeren gevind, éénmaal of meermalen 24
- 26b. Bladeren vindeelig of gevind 27
- IV. PARKERIACEAE.
- V. GLEICHENIACEAE.
- VI. SCHIZAEACEAE.
- 1b. Planten niet klimmend 2
- VII. SALVINIACEAE.
- VIII. MARATTIACEAE.
- IX. OPHIOGLOSSACEAE.
- X. LYCOPODIACEAE.
- XI. SELAGINELLACEAE.
- KLASSE: GYMNOSPERMAE.
- ORDE: GNETALES.
- 7. Gnetaceae.
- ANGIOSPERMAE.
- KLASSE: MONOCOTYLEDONEAE.
- ORDE: HELOBIAE.
- 15. Alismataceae.
- 1b. Meeldraden 12 of minder 2
- 16. Butomaceae.
- 17. Hydrocharitaceae.
- ORDE: GLUMIFLORAE.
- 19. Gramina.
- 2b. Bloemen met 1-3 (of -6) meeldraden 3
- 4b. Bladeren zonder geleding tusschen bladschijf en bladscheede 6
- 7a. Twee of meer tweeslachtige bloemen in een aartje 8
- 13b. Meeldraden 1-3 per bloem 14
- 15b. As van de aar zonder holten 16
- 20. Cyperaceae.
- 1b. Alle bloemen éénslachtig 18
- 2b. Drie tot meer van de onderste kafjes zonder bloemen 14
- 3a. Kafjes in 2 rijen 4
- 3b. Kafjes in 3 tot meer rijen 9
- 4a. Stijl met 2 takken 5
- 4b. Stijl met 3 takken 7
- 10b. Geen stekels om het vruchtbeginsel; plant meest met bladeren 11
- 12a. Zoowel de plant als de aartjes kaal of bijna kaal 13
- 14a. Stijl met twee takken 15
- 14b. Stijl met drie takken 17
- 22b. Kafje rondom de vrouwelijke bloem niet urnvormig vergroeid 23
- ORDE: PRINCIPES.
- 21. Palmae.
- 1b. Bladeren vinnervig en vindeelig of gevind 2
- 2b. Stammen niet klimmend; middenrib van het blad niet verlengd 3
- 3b. Geen gestekelde luchtwortels aan den voet van de stam 4
- 4b. Bladeren gevind met talrijke smalle segmenten 6
- 6a. Stammen en bladeren met meest zwarte stekels bezet 7
- 6b. Stammen en bladeren zonder zwarte stekels (Zie ook Bactris) 8
- 8b. Vrucht hoogstens zoo groot als een kippenei 9
- 10b. Takken van de bloeikolf niet behaard 11
- ORDE: SYNANTHAE.
- 22. Cyclanthaceae.
- ORDE: SPATHIFLORAE.
- 23. Araceae.
- 2b. Plant meerdere bladeren en bloemen tegelijk dragend 3
- 4b. Bladeren met een aan de bladrand ingehechte bladsteel 6
- 9b. Bloeikolf boven mnl., onder vrl. bloemen dragend 13
- 10a. Bloemen met een bloemdek 11
- 10b. Bloemen alleen met meeldraden en vruchtbeginsel 12
- 24. Lemnaceae.
- ORDE: FARINOSAE.
- 28. Mayacaceae.
- 29. Xyridaceae.
- 30. Eriocaulaceae.
- 31. Rapateaceae.
- 32. Bromeliaceae.
- 1b. Stengels en bladeren niet draadvormig 2
- 4a. Bloembladeren van binnen aan de basis zonder schubben 5
- 4b. Bloembladeren van binnen met 2 verlengde schubben aan den voet 7
- 5b. Bloeiwijze sterk vertakt, een wijde pluim vormend 6
- 7c. Bloeiwijze vertakt 9
- 10b. Kroonbladeren niet tot een lange buis vergroeid 11
- 11b. Bloembladeren van binnen zonder schubben aan de voet 12
- 33. Commelinaceae.
- 3b. 5 of 6 vruchtbare meeldraden 4
- 34. Pontederiaceae.
- 1b. Bladsteelen niet of nauwelijks opgezwollen 2
- 2b. Bladeren veel grooter dan 2 cM.; bloemen in trossen 3
- ORDE: LILIIFLORAE.
- 38. Liliaceae.
- 1b. Planten met een rechtopstaande stam 2
- 39. Haemodoraceae.
- 40. Amaryllidaceae.
- 1b. Bladeren niet vleezig, doch kruidachtig 3
- 4b. Bijkroon afwezig of slechts in den vorm van schubben aanwezig 5
- 43. Dioscoreaceae.
- ORDE: SCITAMINEAE.
- 45. Musaceae.
- 1b. Bladeren in twee rijen (1 vlak) staande, bloemen 2-slachtig 2
- 46. Zingiberaceae.
- 1b. Bloemen in enkelvoudige of samengestelde verlengde trossen 6
- 2a. De bloeiwijzen staan aan den gewonen bebladerden stengel 3
- 47. Cannaceae.
- 48. Marantaceae.
- 2b. Bracteeën niet in twee rijen, doch dorsiventraal geplaatst 3
- 3b. Bracteeën blijvend na den bloei 4
- ORDE: MICROSPERMAE.
- 49. Burmanniaceae.
- 50. Orchidaceae.
- 1b. Bloemen steeds met 1 meeldraad 2
- 5b. Planten in den grond wortelend met een rechtopstaande stengel 6
- 7b. Bloemen naar alle zijden van den tros gericht 8
- 12b. Lip steeds ongespoord 13
- 14b. Zuil niet in een voet verlengd 19
- 15a. Lip geheel vrij 16
- 19a. Stuifmeelklompjes 4, gelijk van vorm en grootte 20
- 23b. Stuifmeelklompjes 2 24
- 24a. Alle kelkbladeren duidelijk met elkaar vergroeid 25
- 44b. Kelkbladeren geheel vrij van elkaar 45
- 45a. Lip goed bewegelijk. Zuil met een duidelijke voet aan de basis 46
- 48a. Helmknop rechtopstaand. Bloem zonder spoor of knobbel 49
- 50b. Bloemen zonder spoor of knobbel 53
- 51b. Geen lange spoor, doch alleen een knobbel aanwezig 52
- 54a. Stuifmeelklompjes 4. Planten zonder luchtknollen 55
- 54b. Stuifmeelklompjes 2. Planten met of zonder luchtknollen 56
- II. Planten in den bodem groeiend zonder luchtwortels:
- V. Lange, klimmende, groene bebladerde stengels, met lange geledingen:
- VIII. Luchtknollen met één blad op den top:
- IX. Luchtknollen met twee bladeren op den top:
- KLASSE: DICOTYLEDONEAE.
- ONDERKLASSE: CHORIPETALAE.
- ORDE: PIPERALES.
- 53. Piperaceae.
- 1b. Aren alleenstaand tegenover de bladeren of in de bladoksels 2
- 55. Lacistemaceae.
- ORDE: BATIDALES.
- ORDE: URTICALES.
- 63. Ulmaceae.
- 64. Moraceae.
- 1a. Bloeiwijzen aarvormig, tenminste een deel ervan. 2
- 3b. Bloemen buiten op de steel van de bloeiwijze gezeten. 4
- 4b. Bloeiwijzen alléén met mnl. of vrl. bloemen. 5
- 65. Urticaceae.
- ORDE: PROTEALES.
- 66. Proteaceae.
- ORDE: SANTALALES.
- 67. Loranthaceae.
- 72. Olacaceae.
- 1b. Boomen of boompjes zonder dorens 2
- 73. Balanophoraceae.
- ORDE: ARISTOLOCHIALES.
- 74. Aristolochiaceae.
- 75. Rafflesiaceae.
- ORDE: POLYGONALES.
- 77. Polygonaceae.
- 1a. Boomen of heesters 2
- 1b. Rechtopstaande of met ranken klimmende ± kruidachtige planten 3
- ORDE: CENTROSPERMAE.
- 78. Chenopodiaceae.
- 79. Amarantaceae.
- 5a. Bloemen in trossen; bladeren verspreid 6
- 80. Nyctaginaceae.
- 83. Phytolaccaceae.
- 1b. Kruidachtige planten of lage heesters, niet klimmend 2
- 84. Aizoaceae.
- 85. Portulacaceae.
- 1b. Planten kaal, min of meer vleezig 2
- 87. Caryophyllaceae.
- ORDE: RANALES.
- 88. Nymphaeaceae.
- 91. Ranunculaceae.
- 94. Menispermaceae.
- A. Alleen mnl. bloemen aanwezig 1
- B. Alleen vrl. bloemen aanwezig 5
- C. Alleen vruchten aanwezig 9
- 1b. Zoowel kelk- als bloembladeren aanwezig 2
- 2b. Bloemen 3-tallig 3
- 3b. Bloembladeren niet dik en vleezig 4
- 5b. Bloemen regelmatig 6
- 6a. Bloembladeren ontbrekend. Kelkbladeren 6-9 7
- 6b. Bloembladeren 6 8
- 11a. Vruchten geheel vrij van elkaar 12
- 98. Anonaceae.
- 2b. Bloembladeren zonder uitstulpingen 3
- 3b. Bloemknoppen bolvormig of eirond. Bladeren groot en vrij breed 4
- 99. Myristicaceae.
- 101. Monimiaceae.
- 102. Lauraceae.
- 1b. Houtige planten met groene bladeren 2
- 2b. Bloemdek 3-tallig 3
- 3a. Helmknoppen van de twee buitenste rijen van meeldraden vierhokkig 4
- 4b. Bladeren vinnervig 5
- 103. Hernandiaceae.
- ORDE: RHOEADALES.
- 104. Papaveraceae.
- 105. Cruciferae.
- 107. Capparidaceae.
- 1a. Kruidachtige planten. Meeldraden 6 2
- 109. Moringaceae.
- ORDE: SARRACENIALES.
- 112. Droseraceae.
- ORDE: ROSALES.
- 113. Podostemonaceae.
- 3b. Stempels draadvormig 4
- 115. Crassulaceae.
- 126. Rosaceae.
- 3b. Vruchtbare meeldraden talrijk 4
- 127. Connaraceae.
- 128. Leguminosae.
- 3b. Meeldraden meer dan 10 in elke bloem 4
- 8b. Helmknoppen zonder klier op den top 9
- 9b. Kleine heesters of kruiden vaak met dorens 10
- 11b. Bloemen in lange aren of trossen, soms in samengestelde trossen 12
- 12b. Bloemen zittend of zeer kort gesteeld 13
- 15b. Meeldraden 10 of minder 16
- 16a. Geen bloembladeren aanwezig 17
- 16b. Bloembladeren aanwezig 19
- 17b. Bladeren oneven gevind 18
- 21b. Alle 10 meeldraden met helmknoppen 22
- 23a. Bloembladeren 5 24
- 24b. Bladeren gevind met meer dan 2 blaadjes 28
- 25b. Kelkbladeren reeds voor de bloei tot aan de kelkbuis vrij 26
- 29b. Meeldraden meer dan 5 30
- 31a. Bladeren evengevind. Bloemkroon niet vlindervormig 32
- 31b. Bladeren oneven gevind. Bloemkroon duidelijk vlindervormig 33
- 34a. Bloembladeren grooter en breeder dan de kelkbladeren 35
- 37b. Bladeren gevind 38
- 38b. Drie groote bloembladeren, soms nog met 2 kleine schubben 40
- 40b. Meeldraden 3 of meer; kelk met 4 slippen 41
- 43a. Boomen of groote niet klimmende heester 44
- 45b. Kiel even groot als, of kleiner dan de vlag 46
- 46b. Vlag van achteren zonder spoor of knobbel 47
- 47b. Blaadjes met stipellen 51
- 51b. Bloeistengels zonder dergelijke verdikte en korte zijtakjes 58
- 52a. Stijl aan de binnenzijde over de geheele lengte lang behaard 53
- 52b. Stijl kaal, soms alleen van onderen wat behaard 55
- 53b. Kiel niet in een spiraal opgerold 54
- 55a. De 10de meeldraad geheel vrij van de 9 anderen 56
- 59b. Blaadjes 3 60
- 61b. Meer dan 2 blaadjes aan elk blad 62
- 64a. Bladeren even gevind (zonder eindblaadje) 65
- 64b. Bladeren oneven gevind (met eindblaadje) 66
- 66a. Rechtopstaande of klimmende kruiden 67
- 68b. Rechtopstaande kruiden of kleine heesters 69
- 70b. Alle kelkslippen vrijwel even groot 71
- 71a. Blaadjes van het blad in paren tegenover elkaar staand 72
- 72a. Vrucht een ronde of eironde steenvrucht 73
- 74b. Peul ongevleugeld 75
- 76b. Helmdraden aan de rugzijde van de helmknop ingehecht 77
- 77c. Peul bijna cirkelrond, min of meer gevleugeld. Vlag kaal 78
- ORDE: GERANIALES.
- 130. Oxalidaceae.
- 132. Linaceae.
- 133. Humiriaceae.
- 134. Erythroxylaceae.
- 135. Zygophyllaceae.
- 137. Rutaceae.
- 1b. Kelk niet grooter dan de bloemkroon 2
- 2a. Bloembladeren in een lange buis vergroeid 3
- 2b. Bloembladeren vrij of bijna vrij 4
- 138. Simarubaceae.
- 139. Burseraceae.
- 1b. Bloemen 4- of 5-tallig 2
- 140. Meliaceae.
- 1b. Bladeren enkelgevind 2
- 2b. Meeldraden in een buis vergroeid 3
- 141. Malpighiaceae.
- 1a. Bloemen rose of paars 2
- 1b. Bloemen wit, geel of oranje 5
- 3b. Schutbladeren en bloemsteelblaadjes klein 4
- 5b. Stijlen naar den top verdikt of haakvormig gekromd 6
- 8a. Stempels knopvormig, eindelingsch 9
- 142. Trigoniaceae.
- 143. Vochysiaceae.
- 1b. Vruchtbeginsel bovenstandig, 3-hokkig 2
- 145. Polygalaceae.
- 1b. Kelk met de bloembladeren niet vergroeid 2
- 2a. Vrucht een doosvrucht, ongevleugeld 4
- 2b. Vrucht een gevleugelde noot 3
- 146. Dichapetalaceae.
- 147. Euphorbiaceae.
- 2a. Alleen mnl. bloemen aanwezig 3
- 2b. Alleen vrl. bloemen aanwezig 9
- 3a. Kelk en bloembladeren beiden aanwezig 4
- 3b. Alleen een kelk aanwezig 5
- 5a. Meeldraden minder dan 10 6
- 6a. Bloemen 4-tallig, meeldraden 4-8 7
- 6b. Bloemen 3 of 5-tallig, meeldraden soms 2 of 4, meest 3-5, of 6 8
- 9b. Kelk 4-5-6-spletig of -deelig 10
- 11a. Bloemen in trossen of aren 12
- 11b. Bloemen in kleine groepen of alleenstaand in de bladoksels 14
- 12b. Kelk zonder klieren aan de buitenzijde 13
- 19b. Vruchtbeginsel 2-4-, meest 3-hokkig 20
- 20b. Een kelk, of kelk en bloemkroon aanwezig 21
- 21b. Bloembladeren steeds ontbrekend in vrl. en mnl. bloemen 27
- 22b. Meeldraden in den knop rechtopstaand 23
- 23b. Meeldraden 10 of meer 24
- 24a. Meeldraden in een zuil vergroeid, 10-30 25
- 24b. Meeldraden vrij 26
- 27b. Meeldraden niet zoo talrijk, helmdraden niet vertakt 28
- 28b. Vruchtbeginsel 3-hokkig; stijlen 3 of 1, niet verdikt 29
- 29a. Meeldraden 10 of meer 30
- 29b. Meeldraden minder dan 10 (Zie ook Phyllanthus) 31
- 32a. Bloemen in trossen of aren 33
- 33a. Helmdraden geheel vergroeid, alleen de helmknoppen vrij 34
- 33b. Helmdraden alleen aan de basis vergroeid 35
- 35b. Kelk in de mnl. bloemen 2- of 3-deelig of -spletig of gelobd 36
- 36b. Boomen of heesters, niet klimmend 37
- ORDE: SAPINDALES.
- 153. Anacardiaceae.
- 1a. Bladeren enkelvoudig 2
- 1b. Bladeren gevind 3
- 157. Aquifoliaceae.
- 158. Celastraceae.
- 159. Hippocrateaceae.
- 162. Icacinaceae.
- 165. Sapindaceae.
- 1b. Niet klimmende heesters of boomen zonder ranken 5
- 5b. Bladeren samengesteld 6
- 6a. Bloembladeren 4 7
- 6b. Bloembladeren 5 8
- 8b. Bloembladeren met schubben of met naar binnen geslagen oortjes 9
- ORDE: RHAMNALES.
- 169. Rhamnaceae.
- 170. Vitaceae.
- ORDE: MALVALES.
- 171. Elaeocarpaceae.
- 174. Tiliaceae.
- 2b. Geen zuil in het midden van de bloem 3
- 175. Malvaceae.
- 1a. Bijkelk ontbrekend 2
- 1b. Bijkelk voorhanden 5
- 2b. Bloemen niet groepsgewijs door schutbladeren ingehuld 3
- 5b. Bijkelk meerbladig, of met smalle bladeren 6
- 6b. Stijlen niet vergroeid of alleen van onderen vergroeid 7
- 7b. Vrucht in eenzadige stukken uiteenvallend. Bloemen klein 8
- 177. Bombacaceae.
- 1a. Bladeren handvormig samengesteld 2
- 2b. Meeldraden talrijk 3
- 178. Sterculiaceae.
- 1a. Bloemen éénslachtig, bloembladeren ontbrekend 2
- 1b. Bloemen tweeslachtig, met een bloemkroon 3
- 3b. Androgynophoor ontbrekend 4
- 4b. Planten ongestekeld 5
- 5b. Bloembladeren niet kapvormig; meeldraden 5, zonder staminodiën 7
- ORDE: PARIETALES.
- 180. Dilleniaceae.
- 1b. De 5 kelkbladeren alle volkomen of bijna aan elkaar gelijk 2
- 2b. Lianen; helmknoppen extrors 3
- 182. Ochnaceae.
- 183. Caryocaraceae.
- 184. Marcgraviaceae.
- 1b. Bloemen in trossen 2
- 185. Quiinaceae.
- 186. Theaceae.
- 187. Guttiferae.
- 1b. Bladeren tegenoverstaand 2
- 3b. Meeldraden talrijk, niet groepsgewijs staande 6
- 4b. Helmdraden niet alle in een buis vergroeid 5
- 7a. Stijl of stijlen lang en goed ontwikkeld 8
- 11b. De meeldraden nemen het centrum van de bloem in 12
- 194. Bixaceae.
- 195. Cochlospermaceae.
- 198. Violaceae.
- 4b. Heesters of kruiden, niet klimmend 5
- 199. Flacourtiaceae.
- 1b. Bloemen tweeslachtig 2
- 2a. Bloembladeren aanwezig 3
- 2b. Bloembladeren ontbrekend 4
- 201. Turneraceae.
- 203. Passifloraceae.
- 205. Caricaceae.
- 208. Begoniaceae.
- ORDE: OPUNTIALES.
- 210. Cactaceae.
- 1a. Planten epiphytisch levend 2
- 1b. Planten in den bodem wortelend 3
- ORDE: MYRTIFLORAE.
- 216. Lythraceae.
- 1b. Bloemen 4-5-tallig; regelmatig 2
- 2b. Bloemen 4-tallig 3
- 218. Punicaceae.
- 219. Lecythidaceae.
- 1b. Buis van meeldraden met een eenzijdig helmvormig aanhangsel 2
- 3b. De helm is niet spiraalvormig opgerold en niet dubbel 4
- 4b. Kelk 6-bladig 5
- 220. Rhizophoraceae.
- 221. Combretaceae.
- 1a. Bloembladeren ontbrekend; bladeren afwisselend 2
- 1b. Bloembladeren aanwezig 5
- 2b. Kelk na de bloei afvallend, klokvormig 3
- 3b. Kelk tot op de helft ingesneden. Helmknoppen bewegelijk 4
- 5b. Kelkbuis niet verlengd 6
- 222. Myrtaceae.
- 1a. Kelkbladeren in den knoptoestand vergroeid, later openscheurend 2
- 4a. Bloemen met 4 kelkbladeren en 4 bloembladeren 5
- 4b. Bloemen met 5 kelkbladeren en 5 bloembladeren 8
- 5b. Bloemen kleiner dan 1 c.M. 6
- 8b. Kelkbladeren klein evenals de bloembladeren 9
- 223. Melastomataceae.
- 3b. Steeds tweemaal zooveel meeldraden als bloembladeren aanwezig 4
- 4b. Niet een van de meeldraden veel grooter dan de andere 5
- 5a. Bloemen 4-tallig 6
- 5b. Bloemen 5-tallig 10
- 7b. Kelkslippen niet met borstels afwisselend 8
- 10b. Kelk niet door blaadjes ingehuld 11
- 11b. Planten niet dicht behaard; vruchtbeginsel op den top kaal 12
- 13a. Bloeiwijze aan het eind van bebladerde takken staand 14
- 15a. Bloembladeren stomp aan den top 16
- 16b. Bladvoet zonder blazen 17
- 17a. Bloemen aan de bebladerde takken staand 18
- 17b. Bloemen beneden de bladeren uit het hout tevoorschijn komend 19
- 224. Oenotheraceae.
- ORDE: UMBELLIFLORAE.
- 228. Umbelliferae.
- ONDERKLASSE: SYMPETALAE.
- ORDE: PRIMULALES.
- 235. Theophrastaceae.
- 236. Myrsinaceae.
- 1b. Bloeiwijzen verlengd, tros- of pluimvormig 2
- 2b. Bloemen in pluimen of samengestelde trossen 3
- 3b. Bloemen 4-tallig 4
- ORDE: PLUMBAGINALES.
- 238. Plumbaginaceae.
- ORDE: EBENALES.
- 239. Sapotaceae.
- 1b. Bloemen met meeldraden en staminodiën 2
- 2b. Kelk- en bloembladslippen meer dan 4 3
- 3b. Bloemkroon met 5 of 6 slippen, zonder slippen aan de rugzijde 4
- 240. Ebenaceae.
- 241. Styracaceae.
- 242. Symplocaceae.
- ORDE: CONTORTAE.
- 243. Oleaceae.
- 245. Loganiaceae.
- 1b. Bladen paarsgewijs tegenoverstaand 2
- 2b. Bladeren niet opvallend groot 3
- 246. Gentianaceae.
- 1b. Landplanten 2
- 5b. Stempel 2-lobbig tot 2-spletig 6
- 6b. Stempellobben niet draadvormig doch plat en min of meer eirond 7
- 7b. Bloeistengel weinigbloemig en onvertakt of veelbloemig en vertakt 8
- 8b. Bladeren klein en smal 9
- 247. Apocynaceae.
- 4b. Bloemen in okselstandige of eindstandige bijschermen 5
- 6b. Bladeren dichtgedrongen aan den stengel, niet tegenoverstaand 7
- 6c. Bladeren tegenoverstaand 8
- 8b. Bloemen grooter dan 1 c.M. 9
- 10b. Kegel der helmknoppen buiten de bloemkroonbuis uitstekend 17
- 11b. Bloemkroonbuis zonder schubben 12
- 13b. Schijf uit 5 schubben bestaand of ringvormig 14
- 248. Asclepiadaceae.
- 1b. Klimmende heesters of kruiden 3
- 3b. Bloemen in korte, gedrongen trossen of in schermen, groot 5
- 5b. Buis aan den bloemkroon bijna onzichtbaar 6
- 6a. Bloemen in veelbloemige schermen 7
- 6b. Bloemen in meest korte, veel- of weinigbloemige trossen 8
- ORDE: TUBIFLORAE.
- 249. Convolvulaceae.
- 1b. Planten met groene bladeren 2
- 5b. Alle kelkbladeren ongeveer even groot 6
- 251. Hydrophyllaceae.
- 252. Borraginaceae.
- 253. Verbenaceae.
- 1b. Bladeren enkelvoudig, ongedeeld 2
- 4b. Geen opvallend gekleurde schutbladeren aanwezig 5
- 5b. Bloemen in losse of lange aren of trossen 7
- 7b. Bloemen in ijle trossen 8
- 8b. Kelkslippen niet opvallend groot en gekleurd 9
- 9b. Heesters of kruiden 10
- 254. Labiatae.
- 1b. Bladeren enkelvoudig, ongedeeld 2
- 2b. Bloemen en bloeiwijzen anders gevormd 3
- 256. Solanaceae.
- 2b. Bloemkroon met een lange buis en een in verhouding korte zoom 5
- 5a. Boomen of heesters, soms klimmend. Vrucht een bes 6
- 257. Scrophulariaceae.
- 6b. Kelkslippen zeer ongelijk van vorm en grootte 10
- 7b. Bloemkroon duidelijk 2-lippig 8
- 8b. Helmhokjes niet door een breed helmbindsel gescheiden 9
- 258. Bignoniaceae.
- 1b. Lianen, met of (zelden) zonder ranken klimmend 7
- 2a. Bladeren enkelvoudig 3
- 2b. Bladeren samengesteld 4
- 4a. Bladeren enkel-gevind, of dubbel-gevind 5
- 4b. Bladeren handvormig samengesteld 6
- 12a. Schijf onder het vruchtbeginsel ontbrekend 13
- 14b. Kelk niet opvallend groot en wijd 15
- 15a. Bloemkroon gekromd 16
- 15b. Bloemkroon recht 17
- 18b. Ranken niet vertakt; bloeiwijze niet zeer ijl 19
- 20b. Kelk zonder groote schotelvormige klieren 21
- 259. Pedaliaceae.
- 262. Gesneriaceae.
- 1b. Vruchtbeginsel bovenstandig 2
- 4b. Helmdraden van onderen niet of nauwelijks met elkaar vergroeid 5
- 5b. Kelk diep 5-deelig 6
- 264. Lentibulariaceae.
- 266. Acanthaceae.
- 3b. Bloemen met slechts 2 meeldraden 10
- 4b. Bloemen in pluimen of aren of gesteeld en okselstandig 5
- 6b. Alle meeldraden met stuifmeel 7
- 7a. Bloemkroon onduidelijk 2-lippig of bijna regelmatig. Bloemen wit 8
- 10a. Bloemen in aren in den oksel van groote schutbladeren 11
- 12b. Kelk 4-5-deelig 13
- 269. Plantaginaceae.
- ORDE: RUBIALES.
- 270. Rubiaceae.
- 1a. Vruchtbeginsel met slechts 1 zaadknop in ieder hokje 2
- 1b. Vruchtbeginsel met 2 tot meer zaadknoppen in ieder hokje 21
- 2b. Bloemkroonslippen in den knop met de randen tegen elkaar liggend 5
- 6a. Doosvrucht met een deksel openspringend 7
- 8a. Doosvrucht in 2 stukken uiteenvallend 9
- 8b. Doosvrucht met kleppen openspringend 10
- 11b. Vruchtbeginsel onderstandig 12
- 12b. Planten zonder dorens 13
- 13b. Bloeiwijzen niet hoofdjes-vormig, zonder groote schutbladeren 15
- 18b. Zaad aan de buikzijde met een groef 19
- 19b. Bloemkroonbuis recht 20
- 21a. Vrucht een doosvrucht 22
- 21b. Vrucht een bes 26
- 23b. Planten niet klimmend 24
- 26a. Slippen van den bloemkroon met de randen tegen elkaar liggend 27
- 26b. Slippen van den bloemkroon met de randen over elkaar liggend 30
- 27a. Bloeiwijzen aan het eind van den stengel 28
- 27b. Bloeiwijzen in de bladoksels 29
- 31b. Bloemen geheel regelmatig 32
- 32a. Bloemen alleenstaand en eindelingsch 33
- 34a. Bloemen tweeslachtig 35
- 34b. Bloemen eenslachtig 37
- 35b. Bloeiwijze een tros of pluim, duidelijk eindstandig 36
- 271. Caprifoliaceae.
- ORDE: CAMPANULATAE.
- 275. Cucurbitaceae.
- 2a. Meeldraden 2 3
- 2b. Meeldraden 3 5
- 3b. Meeldraden op de wand van de kelkbuis ingehecht 4
- 5b. Helmknoppen gewonden of saamgevouwen 6
- 6b. Kroon klokvormig, hoogstens tot aan het midden 5-lobbig 12
- 7b. Helmdraden niet tot een zuil vergroeid 8
- 8b. Bladsteelen zonder klier bij de bladvoet. Bloemen geel 9
- 9b. Helmknoppen niet met een bladachtig aanhangsel aan den top 10
- 10b. Kelk van binnen zonder schubben 11
- 276. Campanulaceae.
- 280. Compositae.
- 2b. Vruchtpluis geheel afwezig 17
- 5a. Vruchtpluis uit talrijke haren of schubben bestaand 6
- 5b. Vruchtpluis uit 2, 3 of 4 stekels bestaand 16
- 6b. Hoofdjes met meer dan 4 bloemen en meer dan 4 omwindselbladeren 7
- 7b. Hoofdjes veel kleiner 8
- 8a. Bloembodem met schubben 9
- 8b. Bloembodem zonder schubben 10
- 10b. Vruchtpluis uit haren of stekels bestaand 11
- 12b. Vruchtpluis in 1 rij van gelijke haren of dicht zachtharig 14
- 14a. Omwindselbladeren in meerdere rijen, verschillend van grootte 31
- 17a. Bladeren verspreid 18
- 17b. Bladeren tegenoverstaand 19
- 19b. Hoofdjes niet tot groepen vereenigd 20
- 21b. Vruchtpluis geheel ontbrekend 29
- 22a. Vruchtpluis bestaande uit 2, 3 of 4 stekels 23
- 23b. Bladeren tegenoverstaand 24
- 24b. Hoofdjes gesteeld, veelbloemig 25
- 27c. Bloemen wit, hoofdjes gesteeld, veelbloemig 28
- 29b. Hoofdjes veelbloemig; omwindselblaadjes zonder stekels 30
- 31a. Alle bloemen in hetzelfde hoofdje gelijk van vorm 32
- LIJST VAN INLANDSCHE NAMEN.
- AANTEEKENINGEN
- End of Project Gutenberg's Zakflora voor Suriname [Deel I], by A. Pulle