20. Cyperaceae.

Bloemen tweeslachtig of eenslachtig, naakt, of zelden met een

enkelvoudig bloemdek; meeldraden meest 3-1, zelden meer; vruchtbeginsel

eenhokkig met 1 zaadknop en met 3 of 2 stijlen met draadvormige

stempels; zaad niet met de vruchtwand vergroeid; kruiden met meest

scherp driekantige, zelden gelede en van knoopen voorziene stengels

en smalle bladeren met gesloten scheeden; bloemen in aartjes-achtige

trosjes, die tot aar- of pluimvormige bloeiwijzen vereenigd zijn.

1a. De bloemen, die een vruchtbeginsel hebben, hebben steeds óók

meeldraden; daarnaast komen ook alléén mnl. bloemen voor. (Zie ook

18a en 24 van deze lijst) 2

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 264 / 793 题