72. Olacaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, regelmatig, meest tweeslachtig; kelk

meest onduidelijk 4-6-tandig; na den bloei meest sterk vergroot:

bloembladeren 4-6, vaak vergroeid; meeldraden evenveel of 2-3-maal

zooveel; vruchtbeginsel bovenstandig, 2-5-hokkig met één zaadknop

in ieder hokje, vrucht eenzadig; boomen of heesters met verspreide,

gaafrandige bladeren.

1a. Heesters of kleine boomen met dorens en een klein stekelpuntje

aan den top van het blad. Kelk klein, niet na den bloei vergroot;

bloembladeren bijna vrij, van binnen met roodbruine haren. Meeldraden

2 × zooveel als bloembladeren Ximenia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 373 / 793 题