3a. Bladeren tegenoverstaand; wortelklimmers met leerachtige eironde
bladeren; kelk voor de bloei gesloten, later onregelmatig openspringend
of onduidelijk 5-tandig. Vruchten kort eirond. Bloemen in eindelingsche
pluimen of trossen Schlegelia.
3b. Kleine boomen of heesters met smalle groepsgewijs staande bladeren
en zijdelings-symmetrische bloemen die uit de takken te voorschijn
komen. Bloemkroon van voren met een plooi. Vrucht groot, met harde wand
Crescentia. Kalebas.