Bloemen met kelk en bloemkroon, zelden zonder bloembladeren;
meest tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3-16, meest 4-8;
bloembladeren evenveel; meeldraden 8 tot vele; meest alle met
stuifmeel; vruchtbeginsel 2-5-hokkig, zelden 3-, of 6-hokkig,
onderstandig, met de bekervormige bloemas vereenigd; met meest 2
zaadknoppen in ieder hokje; vruchtbeginsel zelden 1-hokkig; vrucht
1-5-hokkig meest met 1 zaad in ieder hokje; boomen of heesters met
tegenoverstaande bladeren met spoedig afvallende steunbladeren;
zelden bladeren verspreid en zonder steunbladeren.
1a. Bloeias kort-napvormig; kelkbladeren en bloembladeren 4. Meeldraden
8. Schijf onduidelijk gelobd. Stijl 2-lobbig. Vrucht éénzadig, aan
den boom kiemend. Boomen met luchtwortels Rhizophora.
1b. Bloeias klokvormig. Kelkbladeren 4 en bloembladeren 4-5, de laatste
sterk ingesneden. Meeldraden 15-30; schijf 15-30-lobbig. Vrucht met
spleten openspringend. Bladeren tegenoverstaand Cassipourea.