220. Rhizophoraceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, zelden zonder bloembladeren;

meest tweeslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3-16, meest 4-8;

bloembladeren evenveel; meeldraden 8 tot vele; meest alle met

stuifmeel; vruchtbeginsel 2-5-hokkig, zelden 3-, of 6-hokkig,

onderstandig, met de bekervormige bloemas vereenigd; met meest 2

zaadknoppen in ieder hokje; vruchtbeginsel zelden 1-hokkig; vrucht

1-5-hokkig meest met 1 zaad in ieder hokje; boomen of heesters met

tegenoverstaande bladeren met spoedig afvallende steunbladeren;

zelden bladeren verspreid en zonder steunbladeren.

1a. Bloeias kort-napvormig; kelkbladeren en bloembladeren 4. Meeldraden

8. Schijf onduidelijk gelobd. Stijl 2-lobbig. Vrucht éénzadig, aan

den boom kiemend. Boomen met luchtwortels Rhizophora.

1b. Bloeias klokvormig. Kelkbladeren 4 en bloembladeren 4-5, de laatste

sterk ingesneden. Meeldraden 15-30; schijf 15-30-lobbig. Vrucht met

spleten openspringend. Bladeren tegenoverstaand Cassipourea.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 612 / 793 题