75. Rafflesiaceae.

Bloemen zelden twee-, meest éénslachtig, met onderstandig

vruchtbeginsel, regelmatig; bloemdek 4-5-tallig; meeldraden vele,

aan de onderzijde van een schijfvormige zuilrand, dicht onder de

ringvormige stempel; vruchtbeginsel 1-hokkig met 4 of 6-8 wandstandige

zaadlijsten of met vele onregelmatige hokjes, met vele zaadknoppen;

vrucht een bes met vele zaden; parasieten met zeer korte spruiten en

één eindstandige bloem of bloeiwijze.

Parasitische planten op takken van boomen levend, bestaande uit

een zeer korte stengel met enkele schubvormige blaadjes bezet,

die in één mnl. of vrl. bloem eindigt. Geheele plant hoogstens 1

c.M. groot. Vruchtbeginsel 1-hokkig 1

1a. Bloemdekbladeren vrij, genageld of ongenageld, doch slechts

met één punt met het vruchtbeginsel verbonden, na den bloei

afvallend. Zaadknoppen bepaalde gedeelten van de binnenwand van het

vruchtbeginsel innemend Apodanthes.

1b. Bloemdekbladeren met een breede basis, zittend, ongenageld, niet

na den bloei afvallend. Zaadknoppen de geheele binnenzijde van het

vruchtbeginsel beslaand Pilostyles.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 378 / 793 题