55a. Top van de zuil en helmknop met een lang draadvormig naar beneden
gericht aanhangsel. Achterste kelkblad helmvormig gebogen. Lip min of
meer 3-lobbig, de beide zijlobben dik en vleezig. Zuil kort en dik,
van voren hol. Planten klein, zonder luchtknollen, stengel kort,
bladeren in één vlak staand. Bloemen klein in een vrij lange tros
Ornithocephalus.
55b. Top van de zuil en helmknop niet met een dun verlengsel. Achterste
kelkblad bijna vlak. Lip aan den top met 2 lange, dunne rechtopstaande
zijlobben. Kleine planten, bladeren niet in één vlak staand. Tros
veelbloemig, knikkend Cryptarrhena.
56a. Kelkbladeren en bloembladeren zeer lang en dun en spits. Lip
ongedeeld, niet 3-lobbig, korter dan de kelkbladeren, zuil
ongevleugeld. Planten vrij groot met luchtknollen, met 1 of 2 bladeren
op den top. Bloemen in weinigbloemige trossen Brassia.
56b. Kelk en kroonbladeren niet bijzonder lang, dun en spits. Zuil
gevleugeld 57
57a. Planten zonder luchtknollen met lange stengels, waaraan de
korte bladeren in twee rijen dakpansgewijs over elkaar liggen. Lip
betrekkelijk groot met korte zijlobben en groote 3-5-lobbige
eindlob. Zuil kort, gevleugeld Lockhartia.
57b. Planten met luchtknollen of indien er geen luchtknollen aanwezig
zijn, dan zijn de stengels kort en staan de bladeren dicht, meest in
één vlak, op elkaar. Lip zeer verschillend van vorm, meest groot,
steeds direct van af de basis naar beneden geslagen met vele en
verschillend gevormde wratten en lijsten. Zuil duidelijk gevleugeld
Oncidium.
58a. Planten met lange meest kruipende of hangende
bebladerde stengels. Bloemen alleenstaand in de oksels van de
bladeren. Lip aan den voet van de zuil verbonden. Zuil opgericht,
ongevleugeld. Stuifmeelklompjes 4, zonder aanhangselen. Bloemen
ongespoord. Dichaea.
58b. Planten met lange, bebladerde en met luchtwortels bezette stengels
en dus bladeren in 2 rijen, of stengels bijna geheel ontbrekend
en onbebladerd, en dan de plant alleen bestaande uit een groep van
luchtwortels en enkele bloeiwijzen. Bloemen klein, gespoord, in trossen
Campylocentrum. (Angraecum).
HULPTABEL BIJ HET DETERMINEEREN VAN ORCHIDEEËN, DIE ZICH DOOR EEN
ENKEL IN HET OOG VALLEND KENMERK ONDERSCHEIDEN.
I. Planten alleen bestaand uit een bos luchtwortels en eenige trosjes
van kleine bloemen, dus geen stengel en bladeren aanwezig:
Campylocentrum.