207a. Kruiden met 4 kelkbladeren en 4 bloembladeren, meeldraden 4 of
6. Vruchtbeginsel 2-hokkig 105. Cruciferae.
207b. Bloemen niet typisch 4-tallig, of als ze 4-tallig zijn, dan
zijn de planten boomen of heesters 208
208a. Bloemen geheel 5-tallig met 5 meeldraden. Kruiden met
tegenoverstaande of kransstandige bladeren 87. Caryophyllaceae.
208b. Boomen, heesters of lianen, zelden kruiden, maar dan meeldraden
10 209
209a. Meeldraden 5, niet met het vruchtbeginsel op een zuil
gezeten. Helmknoppen vaak met aanhangsels of helmdraden tot een buis
vergroeid. Geen staminodiën in de bloem aanwezig 198. Violaceae.
209b. Meeldraden meer dan 5, indien er 5 zijn, dan zitten ze òf
met het vruchtbeginsel op een zuil òf er zijn ook staminodiën in de
bloem aanwezig 210
210a. Planten behaard; geen staminodiën aanwezig; meeldraden 5 of 10,
soms met het vruchtbeginsel op een zuil gezeten. Bloemen 5-tallig
174. Tiliaceae.
210b. Planten kaal, of indien ze behaard zijn, dan zijn er 5 meeldraden
en een groot aantal staminodiën in de bloem aanwezig. Vruchtbeginsel
soms alleen door de stijlen verbonden 182. Ochnaceae.