79. Amarantaceae.

Bloemen met een bloemdek, tweeslachtig, zelden eenslachtig, regelmatig;

bloemdekbladeren 4-5, meest vliezig, vrij of vergroeid; meeldraden 1-5,

voor de bloemdekbladeren staand; aan de basis min of meer vergroeid;

vruchtbeginsel eenhokkig, bovenstandig met vele tot 1 zaadknop; vrucht

een noot, zelden een bes; kruiden of heesters met tegenoverstaande of

verspreide, gaafrandige bladeren zonder steunbladeren; bloemen klein,

in hoofdjes, aren of pluimen.

1a. Bloemen in groote (grooter dan 1 c.M.), witte of gekleurde,

bolvormige of langwerpige dichte hoofdjes aan het eind van den stengel

of van de zijstengels 2

1b. Bloemen in kleine (kleiner dan 1 c.M.) groepjes of hoofdjes niet

opvallend aan het eind van den stengel staand, of bloemen in ijle

of dichte trossen, waaraan in ieder geval de bloemen afzonderlijk te

zien zijn 3

2a. Hoofdjes verlengd. Bloemkroon 5-bladig. Meeldraden 5, van onderen

in een buis vergroeid. Vruchtbeginsel met meerdere zaadknoppen,

met 1 stijl en stempel, vrucht met een deksel zich openend met vele

glimmend zwarte zaden. Bladeren verspreid Celosia.

2b. Hoofdjes vrijwel bolrond. Bloemkroon 5-deelig. Meeldraden bijna

geheel tot een buis vergroeid, de korte helmdraden met een tandvormig

aanhangsel naast de lange helmknop; stijl met 2 of 3 lange stempels;

vruchten met slechts een zaad; bladeren tegenoverstaand Gomphrena.

3a. De stengel eindigt in één lange smalle tros van bloemen, met

spitse, ± gestekelde schubjes die ver boven de bladeren uitsteekt;

bladeren tegenoverstaand 4

3b. De stengel eindigt niet in een lange tros met gestekelde schubjes,

of indien er stekels zijn, dan staan deze tusschen de bloemen in,

of in de bladoksels; in ieder geval zijn er zijstengels voorhanden

met bloemen of de bloeiwijze bestaat uit kleine witte hoofdjes 5

4a. Bloem omgeven door groepen van gestekelde blaadjes met haakvormig

omgebogen spits; buis van meeldraden tusschen de helmdraden met

aanhangsels Cyathula.

4b. Bloem in den oksel van een enkel schutblad, dat een lange punt

heeft, die niet haakvormig is omgebogen; buis van de meeldraden met

min of meer 4-hoekige, gewimperde aanhangselen; bloemen na den bloei

naar beneden gebogen Achyranthes.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 385 / 793 题