118b. Vruchtbeginsel te midden van een schijf gezeten 119

119a. Bloemdek meest 4-deelig; meeldraden op den schijf ingeplant

171. Elaeocarpaceae.

119b. Bloemdek bijna 5-bladig; meeldraden buiten de schijf ingeplant;

schijf min of meer bekervormig, aan den rand behaard; bladeren

sterk behaard 199. Flacourtiaceae.

119c. Vruchtbeginsel niet op een schijf en evenmin in een bekervormige

bloembodem gezeten; bladeren aan den voet met 2 doornige steunblaadjes

83. Phytolaccaceae.

120a. Bloemdek 6-tallig; meeldraden in één of meerdere kransen van

3 gezeten; helmknoppen met 2 of 4 klepjes openspringend 102. Lauraceae.

120b. Bloemdek 4-5-tallig, soms 3-tallig, maar dan de helmknoppen

niet met klepjes openspringend 121

121a. Bloemen door eenzijdige stand van de meeldraden een weinig

zygomorf; meeldraden met de slippen van het bloemdek op den rand

van de urn- of bekervormige bloembodem staande, op welks bodem het

eenhokkige vruchtbeginsel zit. Boomen 126. Rosaceae.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 97 / 793 题