6a. Stempel met 2 draadvormige takken, die zich later ombuigen
en eenigszins oprollen. Kelk buisvormig met 4 tanden. Kroon na de
bloei blijvend, 4-tallig; meeldraden 4. Kleine kruiden met weinige
bladparen zonder bloemen; naar den top van den stengel worden de
bladeren geleidelijk kleiner en hebben daar ieder een bijna zittende
bloem in de bladoksel Neurotheca.