2b. Landplanten, epiphyten, of in den bodem wortelende waterplanten 3

3a. Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den

bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in

de bladoksels 4

3b. Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld,

meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den

boven- of onderaardschen stengel 5

4a. Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of

grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk

van vorm en grootte X. Lycopodiaceae.

4b. Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen

onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen

in twee vormen voorkomend XI. Selaginellaceae.

5a. Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel

geheel innemend 6

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 14 / 793 题