3a. Groene bladeren klein, schub- of naaldvormig, ongesteeld, den
bovenaardschen stengel dicht bedekkend; sporangiën alleenstaand in
de bladoksels 4
3b. Groene bladeren groot, ongedeeld of gedeeld of samengesteld,
meest gesteeld, op vrij grooten afstand van elkaar staand aan den
boven- of onderaardschen stengel 5
4a. Bladeren alle gelijk van vorm of de bovenste wat kleiner of
grooter, niet in rijen geplaatst; sporangiën en sporen alle gelijk
van vorm en grootte X. Lycopodiaceae.
4b. Bladeren in eenige (meest 4) rijen langs den stengel; rijen
onderling verschillend wat de bladvorm aangaat; sporangiën en sporen
in twee vormen voorkomend XI. Selaginellaceae.
5a. Sporangiën het bovendeel van een aparte zijtak van den bladsteel
geheel innemend 6