22a. Bloemen in bolvormige hoofdjes, aan het eind van lange steelen,
te zamen tot een bloeiwijze vereenigd. Planten klimmend door middel
van haken, die in de bladoksels staan Uncaria. (Ourouparia).
22b. Bloemen niet in dergelijke hoofdjes. Planten niet met haken
klimmend 23
23a. Kruidachtige klimplanten. Kelkslippen 4-8, blijvend, soms
bladachtig. Bloemkroon meest vuurrood. Doosvrucht met 2 kleppen
openspringend met talrijke gevleugelde zaden Manettia.