6b. Stammen en bladeren zonder zwarte stekels (Zie ook Bactris) 8

7a. Stam hoog, bezet met de resten van de bladsteelen en met

zwarte stekels; bladeren met vele segmenten, die in groepen aan 2

of 3 bij elkaar staan; bladsteel en middenrib van boven met zwarte

stekels bezet; segmenten van onderen behaard; bloeikolf tusschen de

bladeren staand, éénmaal vertakt; hoofdsteel van de kolf in een lange

bloemdragende staart uitloopend; aan de basis met weinige alleenstaande

vrl. bloemen, aan den top dicht bezet met talrijke dichtopeengedrongen

mnl. bloemen met 6 meeldraden; bloeischeede groot, sterk gestekeld;

vrucht ongeveer 4 c.M. in doorsnede bolvormig, kaal, aan den basis

met stervormige kelk; steenkern met 2 zaden Acrocomia.

7b. Stammen vrij hoog of ontbrekend; bladeren met vele segmenten;

deze, maar ook de bladsteel en de middenrib van onderen met vele

zwarte stekels; segmenten aan de onderzijde met witte was bedekt;

hoofdsteel van de éénmaal vertakte bloeikolf meest gestekeld;

mnl. bloemen talrijk met 6 meeldraden, alleenstaand aan het einde

der takken; vrl. bloemen met gestekelde kelk; weinige aan de basis

der takken van de kolf staand; bloeischeede één, van buiten meest

gestekeld of sterk behaard; vrucht eirond met een puntje op den top,

aan de basis omgeven door de zwartgestekelde kelk; steen zwart, van

onderen spits, van boven afgerond met 3 kiemgaten onder den top, die

symmetrisch geplaatst en alle even groot zijn, aan den rand omgeven

door stervormige strepen Astrocaryum.

7c. Stammen meest dun, klein, soms liggend, zelden rechtopstaand

en groot; gestekeld of ongestekeld; bladeren zelden alleen aan den

top ingesneden, meest gevind en dan de segmenten regelmatig langs de

middenrib of in groepen; segmenten meest aan den top met penseelvormige

haren en aan de randen gestekeld of behaard; bloeikolf onvertakt of

eenmaal vertakt, de takken van onderen met groepen van 3 bloemen bezet,

naar boven overgaand in groepen van 2 mnl. bloemen; mnl. bloemen met

spitse bloembladeren; meeldraden op een vleezige schijf ingeplant;

vrl. bloemen aan de basis met een ring- of bekervormige kelk, die

half zoo lang is als de kroon; vrucht van buiten glad of ruw of

gestekeld met een steen met 3 kiemgaten, waarvan er een open is, en

anders gevormd dan de beide andere, die gesloten zijn; steen rond,

ovaal of onregelmatig Bactris.

8a. Vrucht zeer groot, meer dan 15 cM. in doorsnede met vezelige

buitenlaag Cocos.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 283 / 793 题