18a. Kelk met korte buis en 5, soms 4 lobben. Meeldraden 2, met korte
helmdraden en lange helmhokjes. Vruchtbeginsel met 2 zaadknoppen;
peul zeer kort, bijna eirond, meest éénzadig. Blaadjes niet
tegenoverstaand. Boomen Dialium.
18b. Kelk met korte buis en 4 vliezige lobben. Meeldraden 10, soms
eenige minder, vrij. Vruchtbeginsel kort gesteeld vrij op den bodem
van de kelkbuis, of scheef tegen een van de zijkanten van de kelkbuis
aangegroeid. Boomen. Bloemen in trossen Crudia.
19a. Bladeren duidelijk dubbel gevind, d. w. z., de hoofdbladsteel
is eens vertakt voor ze de blaadjes draagt 20
19b. Bladeren enkelgevind, of enkelvoudige bladeren of indien er een
enkele maal dubbel gevinde voorkomen, dan heeft de plant toch voor
het meerendeel enkel gevinde bladeren 23
20a. Plant gedoornd, d. w. z. de steunblaadjes zijn doornig en de
zeer korte hoofdbladsteel eindigt in een doorn. De jukken der bladeren
zitten dicht op elkaar, ze dragen een groot aantal kleine blaadjes, die
spoedig afvallen. Kelk en bloembladeren 5, meeldraden 10, met behaarde
helmdraden. Peulen plaatselijk verdikt, lang. Bloemen in trossen
Parkinsonia.
20b. Plant niet gedoornd, of de dorens over de geheele plant verspreid
21
21a. Behalve de 5 vruchtbare meeldraden vindt men in de bloem ook
nog 5 meeldraden zonder helmknoppen. Kelk vijflobbig. Bloembladeren
5. Bloemen in trossen. Boomen Dimorphandra. Mora, Peto.