146a. Bloemdek vliezig, na den bloei zich verhardend en vaak stekelig
en toegespitst. Planten niet riekend, met meest langgesteelde bladeren,
soms gedoornd 79. Amarantaceae.
146b. Bloemdek kruidachtig, niet vliezig en toegespitst, soms
ontbrekend, maar dan is het vruchtbeginsel omgeven door 2 vergroeide
bloemsteelblaadjes, en is de plant niet riekend, soms aanwezig en
dan is de plant riekend en zijn de bladeren gegolfd 78. Chenopodiaceae.
147a. Bloemen in kransen rondom den bloeistengel en zóó een aar
vormend. Bladeren tegenoverstaand 7. Gnetaceae.