180a. Meeldraden 4-10, meest maar enkele met stuifmeel en dan grooter
dan de andere. Rest van een vruchtbeginsel aanwezig. Boomen of heesters
met leerachtige bladeren 153. Anacardiaceae.
180b. Meeldraden 4 of 5, onder den rand van een dikke schijf
ingehecht. Bloembladeren 4-5, kelk 4-5 spletig; klein. Heesters
158. Celastraceae.
180c. Meeldraden niet onder een schijf ingehecht, 5 en dan vaak
vergroeid of 10-20, en dan los. Kelk losbladig 147. Euphorbiaceae.
180d. Kelk en bloembladeren 4, meeldraden 2 met elkaar tot een platte
zuil vergroeid. Klimmende heesters 94. Menispermaceae.
181a. Meerdere vruchtbeginsels in één bloem. Bloemen meest 3-tallig,
soms 2-tallig maar dan zijdelings-symmetrisch, klimmende heesters
94. Menispermaceae.