133. Humiriaceae.

Bloemen 5-tallig, tweeslachtig, regelmatig; om het bovenstandige

vruchtbeginsel een bekervormige schijf, meeldraden 10 tot vele;

vruchtbeginsel 5-hokkig, met één stijl; 1-2 zaadknoppen in elk hokje;

vrucht een steenvrucht; boomen met verspreide enkelvoudige bladeren

met steunbladeren.

1a. Bladeren aan den voet geleidelijk in de gevleugelde bladsteel

versmald, aan den top afgerond, ingesneden of met een korte

punt. Hoofdnerf met vele dichte evenwijdige zijnerven. Meeldraden 20

met behaarde helmknoppen, alle gelijk van vorm. Vruchtbeginsel met 1

stijl en een 5-lobbige stempel, 5- of soms 4-hokkig met 2 zaadknoppen

per hokje Humiria. Basra-bolletrie.

1b. Bladeren aan den voet afgerond of versmald maar niet geleidelijk

langs de bladsteel afloopend, naar den top toegespitst en versmald;

soms aan den rand grof getand. Zijnerven niet opvallend dicht bij

elkaar. Meeldraden 10 of 20, soms met eenige staminodiën ertusschen

of soms zijn er 5 langere meeldraden aan den top 3-tandig met 3

helmknoppen. Helmknoppen kaal. Vruchtbeginsel 5-hokkig met 1 zaadknop

in elk hokje Saccoglottis.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 479 / 793 题