107. Capparidaceae.

Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf; bloemas ring- of

schubvormig, of zelden tot een buisvormig lichaam binnen de bloem

ontwikkeld; onder de meeldraden soms, onder het vruchtbeginsel

bijna steeds steelvormig verlengd (gynophoor); kelk 4-bladig;

kroon 4-bladig, meeldraden vele tot 6-4; vruchtbeginsel 1-hokkig of

meerhokkig; zaadknoppen talrijk; vrucht een doosvrucht, een bes of

een steenvrucht; kruiden of heesters met verspreide, enkelvoudige of

meest handvormig samengestelde bladeren, vaak met steunbladeren.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 422 / 793 题