32. Bromeliaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, 3-tallig, meest tweeslachtig,

regelmatig, zelden iets zygomorf; kelk kruid- of leerachtig, blijvend;

kroonbladeren vrij of vergroeid; meeldraden 6, in 2 kransen;

vruchtbeginsel boven- tot onderstandig, met één stijl, 3-hokkig

met vele zaadknoppen per hokje; bes of doosvrucht met kleine zaden,

die vaak een haarkroon dragen; epiphytische kruiden of rotsplanten,

zelden grondstandig met smalle, vaak doorniggezaagde bladeren in een

roset, bladeren vaak met schubben.

1a. Planten klein, geheel zonder wortels, in dooreengevlochten

massa's in boomen hangend. Stengels en bladeren draadvormig, met

grijze schubben bezet Tillandsia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 301 / 793 题