Bloemen meest tweeslachtig; kelk 4-8-, zelden meerbladig, in twee
kransen; bloemkroonslippen evenveel als kelkbladeren in één krans
of dubbel zooveel in twee kransen, soms met aanhangselen aan de
rugzijde; meeldraden in 2 of 3 kransen, soms alle vruchtbaar, of
sommige kransen tot staminodiën ontwikkeld of geheel ontbrekend;
vruchtbeginsel bovenstandig meest met evenveel of dubbel zooveel
hokjes als bloemkroonslippen, met 1 zaadknop in ieder hokje; stijl 1;
vrucht een bes; houtige planten met verspreide, enkelvoudige bladeren.
1a. Bloemen met evenveel meeldraden als bloemkroonslippen, zonder
staminodiën, meest 5-tallig, soms ook 6-7-tallig. Stijl kort met
knopvormige stempel. Bladeren vaak zijdeachtig behaard. Bloeiwijzen
klein Chrysophyllum.