11a. Stijl blijvend aan den noot, òf zoo de stijl afvalt, dan valt
ook de verdikte stijlbasis af. Kafjes talrijk, dakpansgewijs over
elkaar liggend, velen ervan vruchtdragend. Meeldraden 3-1; stijl met
3 of 2 takken. Nootje 3-hoekig. Aartjes alleenstaand of in losse 1
of meermaal samengestelde schermen aan het eind van den stengel
Fimbristylis.
11b. Stijl afvallend, doch de verdikte en anders gekleurde stijlbasis
aan den noot blijvend. Vruchtdragende kafjes meest een weinig behaard;
takken van den stijl steeds 3, meeldraden 3-1, nootje 3-hoekig. Aartjes
alleenstaand of in groepen bijeen, soms tot schermen vereenigd, soms
1 hoofdje aan het eind van den stengel vormend. Bladeren zeer smal,
soms naaldvormig Bulbostylis.