10b. Geen stekels om het vruchtbeginsel; plant meest met bladeren 11

11a. Stijl blijvend aan den noot, òf zoo de stijl afvalt, dan valt

ook de verdikte stijlbasis af. Kafjes talrijk, dakpansgewijs over

elkaar liggend, velen ervan vruchtdragend. Meeldraden 3-1; stijl met

3 of 2 takken. Nootje 3-hoekig. Aartjes alleenstaand of in losse 1

of meermaal samengestelde schermen aan het eind van den stengel

Fimbristylis.

11b. Stijl afvallend, doch de verdikte en anders gekleurde stijlbasis

aan den noot blijvend. Vruchtdragende kafjes meest een weinig behaard;

takken van den stijl steeds 3, meeldraden 3-1, nootje 3-hoekig. Aartjes

alleenstaand of in groepen bijeen, soms tot schermen vereenigd, soms

1 hoofdje aan het eind van den stengel vormend. Bladeren zeer smal,

soms naaldvormig Bulbostylis.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 271 / 793 题