177a. Kelkbladeren 4-5; bloembladeren 4-8; meeldraden 15 tot vele,
vrij, met lange helmdraden en kleine helmknoppen. Bladeren meest in
kransen, aan den rand vaak gezaagd, lang en vrij smal, soms vindeelig,
met steunbladeren 185. Quiinaceae.
177b. Kelkbladeren 2 of 4, of meerdere, soms in den knop vergroeid,
vaak in 2 of meer rijen; bloembladeren 4-12; meeldraden òf weinige,
maar dan met lange helmknoppen en korte helmdraden, òf vele, en dan
vaak met elkaar vergroeid; bladeren niet in kransen, meest dik en
leerachtig; steunbladeren slechts zelden aanwezig 187. Guttiferae.
178a. Klimmende heesters, bloemen geheel 3-tallig, dus ook de
meeldraden een veelvoud van 3, in meerdere kransen 94. Menispermaceae.