258. Bignoniaceae.

Bloemen 5-tallig, tweeslachtig, zygomorf; meeldraden 4 of 2,

soms bovendien 1 of 3 staminodiën aanwezig; kelk vergroeidbladig;

bloemkroon buis-, trechter- of trompetvormig; vruchtbeginsel

bovenstandig meest 2-, zelden 1-hokkig met vele zaadknoppen; stijl

1 met een 2-lobbige stempel; vrucht een 2-kleppige doosvrucht, soms

vleezig en niet openspringend; zaden meest min of meer gevleugeld en

plat; meest houtige planten met tegenoverstaande of soms verspreide,

vaak samengestelde bladeren met of zonder ranken; bloemen groot.

1a. Boomen of heesters, niet klimmend of indien ze klimmen, dan zijn

het wortelklimmers met enkelvoudige bladeren zonder ranken 2

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 706 / 793 题