Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot
vele; bloembladeren 5-3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder;
vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele
zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of
gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren
verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.
1a. De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na
de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6-1,
gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels
1 of 2. Lianen Davilla.