180. Dilleniaceae.

Bloemen twee-, zelden éénslachtig, regelmatig; kelkbladeren 3 tot

vele; bloembladeren 5-3; meeldraden talrijk, zelden 10 of minder;

vruchtbeginsels 1 tot vele, meest vrij, ieder met 1 tot vele

zaadknoppen; stijlen vrij; vrucht aan de rugzijde zich openend of

gesloten met 1 of weinige zaden; houtige planten, soms lianen; bladeren

verspreid, en gaafrandig; steunbladeren aanwezig of ontbrekend.

1a. De beide binnenste kelkbladeren veel grooter dan de andere, na

de bloei zich vergrootend en de vrucht inhullend. Bloembladeren 6-1,

gemakkelijk afvallend. Meeldraden talrijk, blijvend. Vruchtbeginsels

1 of 2. Lianen Davilla.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 572 / 793 题