14a. Aartjes paarsgewijs aan de as van de aar bevestigd, meest ongelijk
van vorm, de een gesteeld, de andere zittend 15
14b. Aartjes niet twee aan twee aan de as van de aar zittend,
wel soms in 2 rijen, maar dan de beide steeltjes niet op één punt
vastzittend; indien de aartjes soms twee aan twee staan (bij sommige
Paspalum-soorten) dan zijn de steeltjes even lang en de aartjes gelijk
van vorm 20
15a. As van de aar plat met groote holten die aan de buitenzijde
afgesloten worden door het onderste kafje van een aartje; in de aldus
gevormde holte zit de bloem; het zittende aartje van elk paar is
tweeslachtig, het gesteelde vrl.; bloeiwijze een enkelvoudige aar,
die uit de oksels van de bladeren te voorschijn komt Manisuris.