1b. Bloemen steeds met 1 meeldraad 2

2a. Helmknop vast vergroeid met de bovenzijde van de zuil;

niet afvallend na verwijdering van het stuifmeel; niet door een

dunner steeltje met de zuil verbonden, rechtopstaand en van voren

open. Landplanten met onderaardsche knollen, of vleezige wortels,

met bebladerde stengels en eindelingsche trossen. Lip 3-deelig,

met een lange spoor Habenaria.

2b. Helmknopje niet vastgegroeid met de bovenkant van de zuil, doch er

met een steeltje mee verbonden; helmknop liggend, bij het verwijderen

van het stuifmeel gemakkelijk loslatend 3

3a. De bloeiwijze staat aan het eind van den bebladerden stengel en

sluit deze reeds enkele maanden na zijn ontstaan af, dus deze stengel

kan alleen verder groeien door middel van zijtakken 4

3b. De bloeiwijze staat nooit aan het eind van den stengel, doch de

stengel krijgt korten tijd na zijn ontstaan in één of meer van de

bladoksels bloemen of bloeiwijzen; de stengel groeit dan òf aan zijn

top nog verder, of houdt van zelf met groeien op 27

4a. Bladeren in den knop opgerold, zoodat de randen elkaar

bedekken. Nooit een scherpe grens tusschen bladsteel en bladscheede en

daardoor ook de bladeren nooit met een scherp begrensde breuk van de

bladsteel afbrekend. Antheren meest niet afvallend maar blijvend, maar

toch niet vast vergroeid met den top van de zuil; stuifmeelklompjes

niet in harde wasachtige massa's bij elkaar blijvend, maar meest in

korrels uiteenvallend. Planten alle in den grond wortelend, of met

lange klimmende stengels 5

4b. Bladeren in den knop alleen langs de middennerf gevouwen, de

randen niet over elkaar liggend. Planten bijna zonder uitzondering

epiphytisch levend 9

5a. Planten met lange, vertakte klimmende en bebladerde stengels,

met korte luchtwortels. Bloem groot, meest wit of groenachtig.

Vanilla. Banilla, Banirie.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 335 / 793 题