45b. Lip weinig bewegelijk, soms een weinig met de basis van de
zuil verbonden. Zuil zonder voet. Kelk- en bloembladeren naar
elkaar gebogen. Lip 3-lobbig, de zijlobben opgericht, de middenlob
teruggeslagen. Rhizoom lang kruipend, bloeiwijzen éénbloemig, in
groepen in de oksels staand. Bloemen vrij klein Ornithidium.
46a. De stuifmeelklompjes zitten zonder of met een zeer kort steeltje
bijna direct op de kleefmassa; kelk- en kroonbladeren bijna gelijk van
vorm, afstaand, de zijdelingsche kelkbladeren kinvormend. Lip 3-lobbig,
de zijlobben opgericht. Bloeiwijzen steeds éénbloemig aan de basis van
de luchtknol of in de oksels der bladeren van het rhizoom alleenstaand
Maxillaria.
46b. Bloemen vrijwel gelijk aan de vorige, maar stuifmeelklompjes met
een platte en breede steel. De bebladerde spruiten zijn meest sterk
vertakt, de luchtknollen staan vaak in de oksels van de bladeren dier
spruit; bloemen steeds in de oksels dier bladeren Camaridium.
47a. Kelk- en bloembladeren ongeveer gelijk, de zijdelingsche
kelkbladeren met den zuilvoet vergroeid en een korte maar duidelijke
kin vormend. Lip met een lange nagel, bewegelijk met de zuil verbonden,
naar den top zeer sterk verdikt en vleezig over de geheele breedte,
met overlangsche lijsten. Zuil zeer breed, bekervormig. Bladeren
lang, in twee rijen en in 1 vlak staand. Bloem groot in een korte
éénbloemig bloeiwijze Bollea.
47b. Lip vast verbonden met de zuil, met een 5-ribbige
basis, vervolgens overgaande in een vliezige plaat met kleine
halfsikkelvormige zijlobben en een groote ruitvormige eindlob. Zuil
kort, niet bekervormig. Bloemen vrij klein Chaubardia.