223. Melastomataceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, tweeslachtig, regelmatig, soms de

meeldraden zygomorf; bloemas bekervormig, bloemen 3- tot veeltallig,

meest 4-5-tallig; bloembladeren evenveel als kelkslippen; meeldraden

meest dubbel zooveel als bloembladeren; helmknoppen met poriën

openspringend; vruchtbeginsel boven- of onderstandig, min of meer met

de bloemas vergroeid, meest meerhokkig; stijl 1; vrucht een doosvrucht,

of een bes; kruiden of houtige planten met tegenoverstaande bladeren

zonder steunbladeren.

1a. Boomen; bladeren zonder de karakteristieke nerven der familie,

doch vinnervig, of zóó dik, dat alleen een middennerf zichtbaar

is. Bloemen 4- of 5-tallig; kelk buisvormig of geheel zonder buis;

steeds het vruchtbeginsel met den bodem van den kelk vergroeid

en dus onderstandig. Helmknoppen zonder bijzondere verlengde

aanhangselen. Bloemen meest geel. Vrucht een bes met eenige pitten

Mouriria.

1b. Bladeren met een middennerf waaruit aan den voet of dicht boven

de voet eenige zijnerven ontspringen, die evenwijdig met de bladrand

naar den top van het blad loopen; deze nerven zijn onderling en met

de hoofdnerf verbonden door vele evenwijdige zijnerven 2

2a. Vrucht een met kleppen openspringende doosvrucht. Vruchtbeginsel

en later ook de vrucht meest maar voor een klein deel of in het

geheel niet met de kelkwand vergroeid en daardoor bijna geheel

bovenstandig. Meeldraden meest in twee rijen, de eene rij uit grootere

meeldraden bestaande dan de andere rij. Helmbindsel aan den voet

van voren vaak met verschillende aanhangsels, soms ook van achteren

met aanhangsels, zelden geheel zonder aanhangsels (Aciotis). Planten

kruidachtig of kleine heesters 3

2b. Vrucht een bes of leerachtig en onregelmatig

openspringend. Vruchtbeginsel en later ook de vrucht bijna

geheel met de kelkbuis vergroeid en daardoor bijna of geheel

onderstandig. Meeldraden meest alle gelijk van grootte. Helmbindsel

aan de voet bijna steeds zonder aanhangselen (uitzonderingen bij

Miconia). Planten meest groote heesters of boomen 13

3a. Slechts 4 meeldraden aanwezig, de 4 andere of geheel ontbrekend

of zeer klein, bloem 4-tallig. Voet van de helmknoppen met 2 knobbels

aan de voorzijde. Vruchtbeginsel 2-hokkig; doosvrucht met 2 kleppen

openspringend. Bloeiwijze weinigbloemig of bloemen okselstandig

Siphanthera.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 625 / 793 题