Bloemen tweeslachtig, regelmatig of zygomorf, kelkbladeren 2, (zelden
3); kroonbladeren 4, (zelden 6 of ontbrekend of meer); meeldraden vele
of maar 4 of 2, in het laatste geval vertakt; vruchtbeginsel éénhokkig
bovenstandig met 2-16 wandstandige zaadlijsten en talrijke zaadknoppen
of met 1 zaadknop; vrucht een doosvrucht, zelden een gesloten vrucht;
meest kruiden met verspreide bladeren, vaak met melksap.
Planten met ingesneden bladeren, met stekels op de bladnerven;
bloemen geel, meeldraden talrijk. Vruchtbeginsel met stekels Argemone.