236a. Kelk buis-, kom- tot bekervormig; meeldraden en bloembladeren
op den kelk ingeplant 237
236b. Bloembladeren en meeldraden van de kelk vrij of tenminste één
van beide 238
237a. Vruchtbeginsel éénhokkig; stijl aan de basis van het
vruchtbeginsel ingehecht. Bloemen regelmatig of een weinig
zygomorf. Bladeren verspreid 126. Rosaceae.
237b. Vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig; stijl op den top van het
vruchtbeginsel. Bladeren bijna steeds tegenoverstaand (behalve
Lagerströmia) 216. Lythraceae.