21b. Bladeren gevind, éénmaal of meermalen 24

22a. Bladeren handlobbig, evenals de bladsteel behaard; aderen

netvormig, geheel bedekt met de netvormige sori, de steriele bladeren

kleiner Hemionitis.

22b. Bladeren driehoekig, zeer klein, ongesteeld, aan de basis

toegespitst, naar boven geleidelijk verbreed aan den bovenrand met

scherpe insnijdingen. Aderen niet netvormig verbonden maar naar

boven waaiervormig uitgespreid. Sori bijna de geheele lengte der

aderen innemend Hecistopteris.

22c. Bladeren langwerpig tot lancetvormig, bijna gaafrandig, aan top

en basis versmald; nerven netvormig 23

23a. Sori alleen langs de nerven, dus netvormig Anthrophyum.

23b. Sori zeer klein, verspreid over de geheele onderzijde van het blad

Anetium.

24a. Bladeren eenmaal gevind of dubbel gevind, evenals de bladsteelen

behaard. Sori langs de aderen loopend van de steel naar den rand

dicht opeenzittend en weinig vertakt Gymnopteris (Neurogramme).

24b. Bladeren dubbelgevind met een lang glimmend zwarte steel, aan de

onderzijde tusschen de sori met een witte was bekleed. Segmenten van

de laatste orde klein; de sori samensmeltend en daardoor onregelmatig

over de onderkant verspreid Ceropteris (Neurogramme).

25a. Sori zeer lang, dicht bij den bladrand liggend en ermee evenwijdig

loopend. Bladeren herhaaldelijk gaffelvormig vertakt, smal en dun.

Eschatogramme (Dicranoglossum).

25b. Sori rond of langwerpig niet evenwijdig met de bladrand. Bladeren

nooit gaffelvormig vertakt maar enkelvoudig of op verschillende

wijze gevind Polypodium (Lepicystis).

26a. Bladeren enkelvoudig niet ingesneden; meest lang-elliptisch. Sori

de geheele onderzijde van het blad bedekkend Elaphoglossum.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 236 / 793 题