Bloemen met kelk en bloemkroon, tweeslachtig of alleen vrouwelijk;
regelmatig; bloemas een weinig bekervormig; kelk 5-7-tandig,
bloembladeren 5-7, rood; meeldraden talrijk; vruchtbeginsel meerhokkig,
onderstandig, geheel met de bloembodem vergroeid, met vele zaadknoppen;
stijl 1; schijnvrucht meerzadig, min of meer besachtig; kleine boomen
met kleine gaafrandige tegenoverstaande bladeren; bloemen groot,
in de bladoksels. Eenig geslacht Punica.