1b. Indusium steeds ontbrekend 5

2a. Indusium rond, niervormig of langwerpig, in het midden of (bij

de niervormige indusiën) aan den rand vastgehecht, doch steeds met

de randen vrij van het blad en rondom openspringend 9

2b. Indusium langwerpig of lijnvormig, zelden rond, steeds aan één

zijde open, aan de andere zijde dicht 3

3a. Indusium randstandig, uit den omgeslagen bladrand, of een deel

van den bladrand gevormd en naar binnen opengaand 17

3b. Indusium niet randstandig of randstandig, in het laatste geval

naar buiten opengaand en het indusium dus niet uit de bladrand gevormd

4

4a. Sori òf rond en alleenstaand op het eind van de aderen, òf

langwerpig tot lijnvormig en de toppen van twee of meer aderen

verbindend. Indusium naar buiten opengaand 15

4b. Sori lijnvormig, evenwijdig loopend met de hoofdnerf van de

segmenten van de laatste orde. Indusiën naar binnen opengaand. Bladeren

enkelvoudig, of éénmaal of tweemaal gevind, in het laatste geval de

bladsteelen klimmend Blechnum.

4c. Sori en indusiën langwerpig of lijnvormig, langs de aderen loopend

en scheef gericht ten opzichte van de hoofdnerf van het segment van

de laatste orde 16

5a. Sori in onbepaald aantal dicht op elkaar zittend en daardoor de

geheele bladonderzijde of een aaneengesloten deel ervan dicht bedekkend

26

5b. Sori in een bepaald aantal, soms (Ceropteris); schijnbaar

onregelmatig, maar nooit zoo dicht op elkaar dat er niet een deel

van het blad zichtbaar blijft 6

6a. Bladeren met het rhizoom geleed, d. w. z. de bladsteel bevat een

duidelijk gewricht op de plaats, waar het blad later afbreekt 25

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 227 / 793 题