Bloemen regelmatig, éénslachtig, of tweeslachtig; kelk- en
kroonbladeren 4-5; meeldraden 15-30 of vele; vruchtbeginsel 2-3-,
of 7-hokkig met 2 zaadknoppen in ieder hokje; stijlen gescheiden;
vrucht een bes met behaarde zaden; houtige planten met glimmende
enkelvoudige of vinspletige bladeren, die vaak in kransen staan of
tegenoverstaand zijn; steunbladeren aanwezig.
Boomen of heesters met tegenoverstaande of kransstandige
bladeren. Bloemen meest eenslachtig, tweehuizig, met 4-5 kelkbladeren,
4-5 bloembladeren, 15-30 meeldraden met eenigszins gedraaide
helmdraden; vruchtbeginsel 2-3-hokkig met 2-3 stijlen met groote
stempels Quiina.