234a. Bloemen gesteeld in de bladoksels staande; bloembladeren
afvallend 5 of 6, evenals de kelkbladeren 186. Theaceae.
234b. Bloemen in trossen of pluimen; bloembladeren na den bloei
blijvend. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren
staand 199. Flacourtiaceae.
234c. Kelk vergroeidbladig, soms met een buitenkelk; bloembladeren 5;
helmdraden van onderen in een buis vergroeid, het vruchtbeginsel en
de stijlen insluitend; stijlen meest 10 of meer, soms aan de basis
vergroeid 175. Malvaceae.
235a. Bloemen zygomorf, meeldraden meest verschillend van grootte;
bloembladeren één of 2. Vruchtbeginsel gesteeld 128. Papilionaceae.