2a. Stammen en stengels dun, cylindervormig, vertakt. Bloemen klein
Rhipsalis.
2b. Bloeiende stengels plat. Bloemen groot met een lange buis, die
met schubben bedekt is Phyllocactus.
3a. Stam nagenoeg bolrond, geribd, met stekels bezet; aan den top
met een halfbolvormig of cylindervormige viltig-behaard hoofdje,
waarop de bloemen staan Melocactus.
3b. Stammen verlengd, kantig of geribd Cereus.
3c. Stammen vlak, met of zonder stekels. Meeldraden langer dan de
bloemkroon Nopalia. Nopari.