1b. Planten in den bodem wortelend 3

2a. Stammen en stengels dun, cylindervormig, vertakt. Bloemen klein

Rhipsalis.

2b. Bloeiende stengels plat. Bloemen groot met een lange buis, die

met schubben bedekt is Phyllocactus.

3a. Stam nagenoeg bolrond, geribd, met stekels bezet; aan den top

met een halfbolvormig of cylindervormige viltig-behaard hoofdje,

waarop de bloemen staan Melocactus.

3b. Stammen verlengd, kantig of geribd Cereus.

3c. Stammen vlak, met of zonder stekels. Meeldraden langer dan de

bloemkroon Nopalia. Nopari.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 602 / 793 题