66. Proteaceae.

Bloemen met een bloemdek, meest 4-tallig, met de meeldraden voor

de bloemdekbladeren; twee- of eenslachtig; regelmatig of zygomorf;

bloemdek gekleurd; vruchtbeginsel bovenstandig met vele tot 1

zaadknop; vrucht een kokervrucht of gesloten blijvend; boomen of

heesters met meest verspreide, ongedeelde of vindeelige bladeren

zonder steunbladeren; bloemen in aren of trossen.

Kleine boomen met gaafrandige, naar den basis sterk toegespitste

bladeren, in kransen van 3 rondom den stengel gezeten. Bloemen in

lange trossen, gesteeld, de 4 bloemdekslippen tijdens den bloei

omgerold naar buiten. Meeldraden 4, van boven vrij van het bloemdek

Panopsis.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 370 / 793 题