20a. Bloembodem vlak, zonder schubben. Bladeren breed. Hoofdjes
in pluimen vereenigd. Bloemen wit, omwindsel klokvormig met weinig
blaadjes. Hoofdjes veelbloemig, de buitenste rijen van vrouwelijke
bloemen fertiel; de binnenste tweeslachtige bloemen steriel
Clibadium. Koenamie.
20b. Bloembodem sterk convex tot kegelvormig met talrijke
schubben. Bladeren smal. Hoofdjes kortgesteeld, weinige bijeen. Bloemen
wit. Omwindselblaadjes weinig talrijk. Hoofdjes 20-30-bloemig;
weinige van de buitenste bloemen fertiel, de rest steriel
Ichthyothere. Koenamie.
21a. Vruchtpluis aanwezig, soms in den vorm van weinige, spoedig
afvallende stekels of schubben 22