174. Tiliaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon; meest tweeslachtig, 5-tallig;

kelk en bloemkroon bijna of geheel losbladig; soms bloembladeren

ontbrekend, regelmatig; meeldraden talrijk, zelden tot 10, of 5; vrij

of in 5-10 bundels, soms ten deele staminodiaal; vruchtbeginsel 2-

tot veelhokkig met 1 tot vele zaadknoppen in ieder hokje; stijl 1;

vrucht soms éénhokkig; meest houtige planten, zelden kruiden met

meest verspreide, gaafrandige of gelobde bladeren met steunbladeren.

1a. Helmknoppen aan den top met een bladachtig

aanhangsel. Vruchtbeginsel veelhokkig. Bloembladeren korter dan de

kelk. Meeldraden talrijk. Vrucht bolvormig meest met haren of stekels

bezet. Boomen Apeiba.

1b. Helmknoppen zonder aanhangsel aan den top. Vruchtbeginsel

2-5-hokkig 2

2a. Het centrum van de bloem is voorzien van een zuil, waarop de

meeldraden en het vruchtbeginsel staan; soms is deze zuil zeer kort,

maar dan ontbreken de bloembladeren. Bloemen 5-tallig; meeldraden 5,

10 of vele. Vrucht met rechte of haakvormige stekels bezet. Kruiden

of heesters met viltig-behaarde, vaak gelobde bladeren Triumfetta.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 553 / 793 题