Bloemen 5- tot 4-tallig, met kelk en bloemkroon, tweeslachtig,
regelmatig; discus ontbrekend; meeldraden 5-20, aan de basis vergroeid;
vruchtbeginsel bovenstandig, met 5 tot minder hokjes; 1-2 zaadknoppen
in ieder hokje; vrucht een doosvrucht of een steenvrucht; kruiden
of houtige planten met verspreide, enkelvoudige bladeren, met of
zonder steunbladeren.
Boomen of heesters met kleine bloemen in pluimen. Bladeren met een
dikke hoofdnerf en vele evenwijdige zijnerven, aan de basis langs
de bladsteel afloopend. Kelk- en bloembladeren 5, meeldraden 10,
vruchtbeginsel 5-hokkig met 5 stijlen Roucheria.