219b. Bladeren zonder doorschijnende puntjes 220

220a. Bloemen typisch 4-tallig, klein; meeldraden 4, tegenover

de bloembladeren staand; vruchtbeginsel 2-hokkig; kelk zeer kort,

schotelvormig 170. Vitaceae.

220b. Bloemen niet typisch 4-tallig of indien ze 4-tallig zijn,

dan wisselen de meeldraden af met de bloembladeren 221

221a. Bloembladeren met eenige ribben op de binnenzijde. Meeldraden

5, met platte helmdraden en een vierkant aanhangsel op den top van

den helmknop 162. Icacinaceae.

221b. Bloembladeren van binnen niet geribd of als ze geribd zijn

(Mangifera) dan de helmknoppen zonder aanhangsel 222

222a. Bloemen klein, groen of wit; vruchtbeginsel omgeven door

een schijf 223

222b. Bloemen groot of vrij groot, meest gekleurd, geen schijf

aanwezig. Vruchtbeginsel één- of meerhokkig 224

223a. Vruchtbeginsel 1-hokkig; meest maar een deel van de meeldraden

met stuifmeel. Stempel enkelvoudig 153. Anacardiaceae.

223b. Vruchtbeginsel meerhokkig; stempel 2- of meerlobbig; stijl soms

zeer kort 158. Celastraceae.

224a. Vruchtbeginsel langwerpig, 1-hokkig, vrucht een peul. Meeldraden

5-9; bladeren aan den top tweespletig tot 2-deelig, zeer zelden

niet-ingesneden. Boomen of vaker lianen 128. Papilionaceae.

224b. Vruchtbeginsel meerhokkig, zeer zelden 1-hokkig, maar dan is de

plant een viltig behaarde heester of een kruidachtige plant. Meeldraden

5, onderling en vaak ook met de bloembladeren vergroeid; soms met

staminodiën afwisselend. Bloembladeren vaak eigenaardig van vorm

178. Sterculiaceae.

225a. Meerdere vruchtbeginsels in iedere bloem, soms een weinig

vergroeid, maar dan bloemen 3-tallig 226

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 176 / 793 题