246. Gentianaceae.

Bloemen meest 4-5-tallig, zelden 6-12-tallig, sympetaal, tweeslachtig,

zelden éénslachtig, regelmatig, zelden zygomorf; kelkbladeren

vrij of vergroeid; bloemkroon in de knop meest gedraaid; zelden

de slippen met de randen tegen elkaar liggend; meeldraden evenveel

als bloemkroonslippen, zelden eenige ontbrekend, met de bloemkroon

vergroeid, vruchtbeginsel meest 1-hokkig, zelden 2-hokkig, met twee

zaadlijsten met vele zaadknoppen; stijl enkelvoudig of tweespletig;

vrucht meest een 2-kleppige doosvrucht; kruiden, zelden heesters, meest

kaal; bladeren meest tegenoverstaand, gaafrandig zonder steunbladeren.

1a. Waterplanten. Bladeren aan den voet ingesneden, overigens bijna

cirkelrond, op het water drijvend. Bloemen in groepen schijnbaar uit

de bladsteel te voorschijn komend. Kelk met 5 smalle lobben. Bloemkroon

met zeer korte buis Limnanthemum.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 663 / 793 题