84a. Bladeren drietallig met doorschijnende puntjes (olieklieren);
bloemkroon buisvormig 137. Rutaceae.
84b. Bladeren gevind, zonder olieklieren; bloemkroon zeer kort
139. Burseraceae.
85a. Bloemen 4-tallig met 4 meeldraden, die tegenover de bloembladeren
staan. Vruchtbeginsel 2-hokkig 170. Vitaceae.
85b. Meeldraden meer of minder dan bloembladeren, of indien er evenveel
zijn als bloembladeren, dan wisselen ze ermee af 86