38. Liliaceae.

Bloemen meest met een bloemdek, zelden met kelk en kroon; meest

tweeslachtig en regelmatig, zelden éénslachtig of zygomorf; bloemdek

gekleurd of groen of vliezig, vergroeid- of losbladig; meest 6

meeldraden voorhanden; stijlen gescheiden of vereenigd; vruchtbeginsel

bovenstandig, meest 3-hokkig; vrucht zeer verschillend van vorm.

1a. Klimplanten met ranken en handnervige bladeren. Bloemen tweehuizig;

bloemdek 6-bladig; vrl. bloemen met 6-3 steriele meeldraden,

mnl. bloemen met 6 fertiele meeldraden alleen; vrucht een bes Smilax.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 315 / 793 题