219. Lecythidaceae.

Bloemen met kelk en bloemkroon, zelden zonder bloembladeren;

tweeslachtig; bloemas bekervormig; kelkslippen meest 4-6, zelden

2-3; bloembladeren 4-6, zelden meer; meeldraden vele, in meerdere

kransen; vaak ten deele steriel, aan de basis min of meer vergroeid;

vruchtbeginsel met de bloemas vergroeid, onderstandig, 2-6-hokkig;

met 1 tot vele zaadknoppen; stijlen vergroeid; vrucht vleezig of

houtig; houtige planten met verspreide enkelvoudige bladeren zonder

steunbladeren.

1a. Buis van meeldraden overal even hoog; kelkbladeren 4-6;

bloembladeren 6-8, groot. Vrucht een gladde of gevleugelde bes

Gustavia.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 608 / 793 题