INLEIDING.

Indien het waar is, dat een zakflora van een land eerst dan mag

samengesteld worden, wanneer de flora zelf in haar geheelen omvang

bekend is, dan komt de verschijning van het hier volgende werk

stellig meerdere tientallen van jaren te vroeg. Ondanks de groote

massa planten, die in de laatste 11 jaar in Suriname verzameld zijn,

en die, gevoegd bij de oudere collecties van Focke, Hostmann, Kappler,

Splitgerber, Kegel en Wullschlägel stellig wel een globaal overzicht

geven van Suriname's flora, is er toch voorloopig nog geen sprake van,

dat men de soorten van Vaatkryptogamen en hoogere planten, die in

Suriname voorkomen, ook slechts bij benadering zou kennen. Daarvoor

is het land te groot en, vooral het oerwoud, nog te weinig doorzocht,

zooals ten duidelijkste is gebleken uit de collecties die door de

ambtenaren van het Boschbeheer in de laatste jaren verzameld zijn,

en die voornamelijk op de boomen betrekking hebben. Hierbij kwamen

zooveel nieuwe soorten voor den dag, dat een flora in den zin, zooals

men die voor Europeesche landen kent, voorloopig nog tot de vrome

wenschen zal blijven behooren.

De zaak wordt echter anders, wanneer men zich beperkt tot de families

en geslachten van de Vaatkryptogamen en Phanerogamen. Stellig geldt

ook hier het bezwaar, dat er nog plantengeslachten en misschien zelfs

een enkele plantenfamilie in Suriname voorkomt, wier voorkomen tot

nu toe niet aangetoond was, maar dat aantal zal zeker niet bijzonder

groot, en in de buurt van Paramaribo, waar dit boekje toch het meest

gebruikt zal worden, stellig al zeer gering zijn.

Zooals uit den titel blijkt, zijn er nog andere plannen hangende. Het

is waarschijnlijk niet onmogelijk om bij voldoende beperking van

het te onderzoeken gebied, ook de soorten binnen afzienbaren tijd

te behandelen. Het hier bedoelde kleinere gebied zal uit den aard

der zaak de omtrek van Paramaribo zijn, het secundaire bosch in de

nabijheid van de stad, de rivieroevers, enkele deelen van de savannen,

de randen der wegen, de tuinen en plantages. De schrijver hoopt,

met den steun van de commissie voor het van Eedenfonds binnen enkele

jaren gedurende eenige maanden in de kolonie te vertoeven, om daar

het materiaal te verzamelen voor het tweede deel van deze zakflora.

Het zal echter een ieder duidelijk zijn, dat het onmogelijk is, in

enkele maanden een gebied, zelfs met de boven aangegeven beperking,

zoodanig te doorzoeken, dat men geen plant overslaat. Daarbij komt

nog dat een groot deel van de planten niet zullen bloeien in den tijd

dat de schrijver in de kolonie is. Stelt men dus in Suriname prijs op

de verschijning van een zakflora in den hierboven genoemden vorm, dan

zullen eenige van de bewoners daaraan dienen mee te helpen door reeds

thans planten te gaan verzamelen en deze op te zenden. Hierin ligt

nu ook de verklaring van het verschijnen dezer flora in twee deelen;

immers wie zich interesseert voor den plantengroei, kan zich thans

met behulp van achterstaande tabellen reeds eenigszins op de hoogte

stellen van de vormen, en zich zoo het verzamelen tot een aangenamer

bezigheid maken, dan wanneer hij planten zou bijeenbrengen, van wier

namen hij voorloopig niets te weten kan komen.

Met dit doel is hierachter een hoofdstuk opgenomen, dat uitvoerig

uiteenzet, op welke wijze men bij het verzamelen de beste resultaten

kan verkrijgen, en waarop men in het bijzonder te letten heeft.

Bij het samenstellen van dit eerste deel heeft de schrijver getracht

zooveel mogelijk die kenmerken der planten op den voorgrond te brengen,

die met het bloote oog of met een goede loupe kunnen waargenomen

worden; kenmerken als b.v. het aantal zaadknoppen in het vruchtbeginsel

zijn weggelaten, tenzij werkelijk geen andere verschillen bestaan

tusschen verwante geslachten, zooals dat b.v. bij de Rubiaceae het

geval is. Ook zijn de kenmerken van vruchten zooveel mogelijk vermeden,

omdat men aan de bloeiende plant in den regel niet tegelijk de vruchten

vindt. Men lette er bij het determineeren der families echter op, dat

de kenmerken met het oog op de plaatsruimte niet uitvoerig opgenoemd

zijn, zoodat men goed doet, ter contrôle de familie-kenmerken na te

zien, die aan het hoofd van elke familie opgegeven staan.

Voor de indeeling is tot grondslag aangenomen het systeem van Engler,

zooals het in de laatst verschenen Syllabus der Pflanzenfamilien,

VIIde druk, 1909, is gepubliceerd. De families hebben alle het nummer

van de lijst, die ten grondslag ligt aan het eveneens door Engler

uitgegeven werk Das Pflanzenreich. Ter verduidelijking is vóór

de tabellen (pg. 19-23) een overzicht van het systeem van Engler

opgenomen, voor zoover het de vaat-kryptogamen en hoogere planten

betreft met de indeeling van de klassen, orden en families. Hierbij

zijn de families, die in Suriname voorkomen met een vettere letter

gedrukt. Daar de kryptogamen niet in de nummering zijn opgenomen, zijn

de in Suriname voorkomende families met een Romeinsch cijfer aangeduid.

De namen der geslachten zijn in hoofdzaak dezelfde, als voorkomen

in schrijvers Enumeration of the vascular plants known from Surinam

together with their distribution and synonymy, 1906. Waar thans een

andere gekozen is, is de naam, waaronder de plant in de Enumeration

voorkomt, cursief toegevoegd. Men zal bemerken dat die gevallen zeer

zeldzaam zijn.

Het zal wel blijken, dat dit eerste deel van de flora de grootste

leemten vertoont op het punt van gekweekte planten. Dat vindt hierin

zijn oorzaak dat de schrijver tot nu toe slechts een zeer beperkt

aantal gekweekte planten uit Suriname ontving en de verzamelaars

der laatste jaren bijna uitsluitend planten meebrachten, die in het

wild voorkomen. Die leemten zullen echter in het tweede deel zooveel

mogelijk aangevuld worden, waartoe men ook weer door het toezenden

van exemplaren veel kan bijdragen.

Een groote moeielijkheid hebben de inlandsche namen opgeleverd. Uit

den aard der zaak hebben slechts de soorten inlandsche namen. Het

blijkt echter spoedig dat soorten van hetzelfde geslacht vaak niet

behoorlijk onderscheiden worden, zoodat een inlandsche naam in dat

geval voor het geheele geslacht kan gelden. Ook wanneer slechts één

soort van het geslacht in Suriname voorkomt is de inlandsche naam

bruikbaar. Alleen in de genoemde gevallen zijn de volksnamen bij

de geslachten geplaatst; alle andere namen zijn weggelaten. Men zal

echter aan het slot der determineer-tabellen, vóór het register een

lijst vinden van alfabetisch gerangschikte volksnamen, waarachter het

plantengeslacht vermeld is, waartoe ze behooren. Zooals reeds vaker is

opgemerkt, moet men deze lijst met eenige voorzichtigheid gebruiken,

en moet men steeds met de geslachtsbeschrijving controleeren of

de plant werkelijk dezelfde is die in de lijst achter de volksnaam

staat. Juist het opnemen van die lijst zal, naar schrijver hoopt,

kunnen leiden tot een grondiger kennis van de volksnamen in de Kolonie

en vele foutieve opgaven uit de litteratuur doen verdwijnen.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 10 / 793 题