251a. Vruchtbeginsel éénhokkig; helmknoppen, zonder bijzondere
aanhangselen, ongespoord. Bloemen meest in veelbloemige trossen of
aren. Vrucht vaak gevleugeld 221. Combretaceae.
251b. Vruchtbeginsel meerhokkig; helmknoppen met een verdikt
helmbindsel dat vaak nog verschillende aanhangselen draagt; bladeren
meest met eenige evenwijdige nerven van de basis naar den top. Bladeren
tegenoverstaand 223. Melastomataceae.
252a. Bladeren verspreid. Meeldraden met een eenzijdig aanhangsel,
zoodat de bloem zygomorf schijnt, soms dit aanhangsel ontbrekend, maar
dan zijn de bloemen zeer groot en de meeldraden tot een buis vergroeid
219. Lecythidaceae.