243. Oleaceae.

Bloemen 2-6-tallig, meest vergroeidbladig, zelden losbladig of zonder

bloemkroon, regelmatig, twee- of éénslachtig; bloembladeren 4, 5 of 6;

meeldraden 2, zelden 4, aan de basis met de bloemkroon vergroeid met

korte helmdraden en groote helmknoppen; vruchtbeginsel bovenstandig,

2-hokkig met 2, zelden 1 of meer zaadknoppen in ieder hokje; houtige

planten, soms klimmend met tegenoverstaande of kransstandige meest

enkelvoudige bladeren.

Heesters met tegenoverstaande bladeren. Bloemen 4-6-, zelden

meer-tallig. Zaadknoppen in ieder hokje 1-4, meest 2. Vrucht een bes,

die aan den top ingesneden is Jasminum.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 659 / 793 题