7b. Bloeistengel weinigbloemig en onvertakt of veelbloemig en vertakt 8

8a. Bladeren forsch en breed. Kelk 5-6-lobbig. Bloemkroon groot, naar

boven geleidelijk wijder wordend en in de slippen overgaand. Meeldraden

in het onderste deel van de buis ingehecht; helmdraden niet alle even

lang. Stijl draadvormig. Doosvrucht hangend. Bloeistengel naar boven

vertakt, vaak eerst in twee takken verdeeld, later nog meer gespleten

Chelonanthus.

Zakflora voor Suriname [Deel I] Bulletin van het Koloniaal Museum te Haarlem No. 47. · 第 667 / 793 题